office
zelfstandig naamwoord ɔˈfisBetekenis
- werkruimte met een voorraad schoon servies, glazen en bestek waar ook de gerechten klaar worden gezet zodat het bedienend personeel kan zorgen voor het opdienen aan de gasten
- onderdeel van een suikerwerkfabriek waar bestanddelen worden gemengd en in vormen gegoten
- bureau
- kantoor
Hoe spreek je office uit?
/ɔˈfis/
Office bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| f | fiets |
| i | riet |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| offices | meervoud |
Herkomst
van Frans office "provisiekamer, bijkeuken, (in huishoudelijke context) verwijzend naar het bereiden van maaltijden"
Woordfamilie van office
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| offices | meervoud | office |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van office zijn vastgelegd.