dies
aanwijzend voornaamwoord, zelfstandig naamwoord, voornaamwoordelijk bijwoord /dis/Betekenis
- van die: en wat ~ meer zij - enzovoorts.
- jaarlijkse feestdag om de oprichting van een (studenten)vereniging of universiteit te vieren
- met die reden
- deze, dit
- dag
- termijn
- tijd
- tijdstip, vastgestelde dag
Hoe spreek je dies uit?
/dis/
Dies bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| d | dak |
| i | riet |
| s | sok |
aanwijzend voornaamwoord — demonstrative
- [A] genitief van die: en wat ~ meer zij - enzovoorts. obsolete
zelfstandig naamwoord — masculine
- [B] jaarlijkse feestdag om de oprichting van een (studenten)vereniging of universiteit te vieren