Naar de inhoud

bezuinigen

door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen, ergens minder middelen aan besteden

bezuinigen

werkwoord /bə'zʌʏniɣə(n)/

Betekenis

  1. door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen, ergens minder middelen aan besteden

Hoe spreek je bezuinigen uit?

/bəˈzʌʏnixən/

Bezuinigen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /bəˈzʌʏnixən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
ə de
z zon
ʏ put
n nek
i riet
x acht
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. door zuinig met iets om te gaan de uitgaven of het verbruik ervan verminderen, ergens minder middelen aan besteden intransitive, transitive
  2. minder geld voor iets uittrekken intransitive

Vervoeging van bezuinigen

bezuinigenhele werkwoord — bezuinigdeverleden tijd enkelvoud — bezuinigdenverleden tijd meervoud — bezuinigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bezuinig bezuinigde
jij bezuinigt bezuinigde
hij, zij, het bezuinigt bezuinigde
wij bezuinigen bezuinigden
jullie bezuinigen bezuinigden
zij bezuinigen bezuinigden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bezuinig gebiedende wijs
bezuinigd verleden tijd, deelwoord
bezuinigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezuinigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezuinigde verleden tijd
bezuinige aanvoegende wijs
bezuinigend onvoltooid, deelwoord
er is bezuinigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was bezuinigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd bezuinigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt bezuinigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal bezuinigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal bezuinigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou bezuinigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou bezuinigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had bezuinigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had bezuinigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had bezuinigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden bezuinigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden bezuinigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden bezuinigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt bezuinigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb bezuinigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezuinigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben bezuinigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben bezuinigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben bezuinigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt bezuinigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezuinigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft bezuinigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bezuinigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben bezuinigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bezuinigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bezuinigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezuinigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bezuinigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou bezuinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezuinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezuinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bezuinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezuinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezuinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bezuinigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bezuinigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezuinigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezuinigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezuinigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bezuinigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezuinigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van het Nederlandse bijvoeglijke naamwoord zuinig (spaarzaam) met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -en.

Woordfamilie van bezuinigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bezuinig gebiedende wijs bezuinigen
bezuinigd voltooid deelwoord bezuinigen
bezuinigde verleden tijd bezuinigen
bezuinigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bezuinigen
bezuinige aanvoegende wijs bezuinigen
bezuinigend onvoltooid deelwoord bezuinigen
bezuinigende woordvorm bezuinigen
bezuinigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bezuinigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezuinigen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bezuinigen

Hoe spreek ik bezuinigen uit?
Zo spreek je bezuinigen uit: /bə'zʌʏniɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van bezuinigen?
Bezuinigen is een werkwoord. De betekenis is: door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen, ergens minder middelen aan besteden. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik bezuinigen?
Zo vervoeg je bezuinigen zo: de tegenwoordige tijd is bezuinig, de verleden tijd is bezuinigde en het voltooid deelwoord is bezuinigd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bezuinigen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. Z 4
  4. U 4
  5. I 1
  6. N 1
  7. I 1
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bezuinigen levert met Wordfeud minimaal 22 en maximaal 96 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. Z 5
  4. U 2
  5. I 2
  6. N 1
  7. I 2
  8. G 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 22 zonder bonus
  12. 96 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bezuinigen in het kort

bezuinigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van bezuinigen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort bezuinigen bij een woordfamilie van 8 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

bezuinigen: door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen, ergens minder middelen aan besteden
Deel bezuinigen — standaardnederlands.nl