bezuinigen
werkwoord /bə'zʌʏniɣə(n)/Betekenis
- door zuinig met geld of iets anders om te gaan de uitgaven verminderen, ergens minder middelen aan besteden
Hoe spreek je bezuinigen uit?
/bəˈzʌʏnixən/
Bezuinigen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| z | zon |
| ʏ | put |
| n | nek |
| i | riet |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- door zuinig met iets om te gaan de uitgaven of het verbruik ervan verminderen, ergens minder middelen aan besteden intransitive, transitive
- minder geld voor iets uittrekken intransitive
Vervoeging van bezuinigen
bezuinigenhele werkwoord — bezuinigdeverleden tijd enkelvoud — bezuinigdenverleden tijd meervoud — bezuinigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bezuinig | bezuinigde |
| jij | bezuinigt | bezuinigde |
| hij, zij, het | bezuinigt | bezuinigde |
| wij | bezuinigen | bezuinigden |
| jullie | bezuinigen | bezuinigden |
| zij | bezuinigen | bezuinigden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bezuinig | gebiedende wijs |
| bezuinigd | verleden tijd, deelwoord |
| bezuinigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezuinigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezuinigde | verleden tijd |
| bezuinige | aanvoegende wijs |
| bezuinigend | onvoltooid, deelwoord |
| er is bezuinigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bezuinigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bezuinigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bezuinigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bezuinigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bezuinigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bezuinigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bezuinigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bezuinigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bezuinigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bezuinigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bezuinigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bezuinigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bezuinigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bezuinigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezuinigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bezuinigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bezuinigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bezuinigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bezuinigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal bezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou bezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bezuinigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezuinigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bezuinigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezuinigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van het Nederlandse bijvoeglijke naamwoord zuinig (spaarzaam) met het voorvoegsel be- en met het achtervoegsel -en.
Woordfamilie van bezuinigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezuinig | gebiedende wijs | bezuinigen |
| bezuinigd | voltooid deelwoord | bezuinigen |
| bezuinigde | verleden tijd | bezuinigen |
| bezuinigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bezuinigen |
| bezuinige | aanvoegende wijs | bezuinigen |
| bezuinigend | onvoltooid deelwoord | bezuinigen |
| bezuinigende | woordvorm | bezuinigen |
| bezuinigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bezuinigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezuinigen zijn vastgelegd.