Naar de inhoud

betonen

ergens de aandacht op vestigen, bijv. door klemtoon of nadruk

betonen is meer dan één woord

betonen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. ergens de aandacht op vestigen, bijv. door klemtoon of nadruk
  2. ergens blijk van geven

Vervoeging van betonen

betonenhele werkwoord — betoondeverleden tijd enkelvoud — betoondenverleden tijd meervoud — betoondvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik betoon betoonde
jij betoont betoonde
hij, zij, het betoont betoonde
wij betonen betoonden
jullie betonen betoonden
zij betonen betoonden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben betoond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent betoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
betone aanvoegende wijs
betone zich aanvoegende wijs
betonen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
betonen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
betonen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
betonend onvoltooid, deelwoord
betoon gebiedende wijs
betoon me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
betoon u/je , betoont je gebiedende wijs
betoond verleden tijd, deelwoord
betoond te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betoond te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
betoond te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betoond te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
betoond te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
betoond worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betoond zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
betoond zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betoond zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
betoond zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
betoonde verleden tijd
betoonde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
betoonde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
betoonde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
betoonde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
betoonde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
betoonde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
betoonde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
betoonden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
betoonden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
betoonden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
betoont je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
betoont u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
betoont u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
betoont zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
betoont zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
betoont zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
er is betoond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was betoond impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd betoond impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt betoond impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal betoond worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal betoond zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou betoond worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou betoond zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had betoond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had betoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had betoond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden betoond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden betoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden betoond voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt betoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb betoond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betoond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben betoond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben betoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben betoond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt betoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft betoond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is betoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is betoond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te betonen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben betoond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen betonen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart betoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betoond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren betoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren betoond voltooid, verleden tijd, derde persoon
was betoond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was betoond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was betoond voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd betoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd betoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd betoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden betoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden betoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden betoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt betoond enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word betoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden betoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden betoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden betoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt betoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt betoond enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal betonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal betonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal betonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal betoond hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betoond hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal betoond hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal betoond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betoond worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal betoond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal betoond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me betonen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich betonen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je betonen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich betonend onvoltooid, deelwoord
zich betoond hebben verleden tijd
zijn betoond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn betoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn betoond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt betoond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou betonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou betonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou betonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou betoond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betoond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betoond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou betoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou betoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betoond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou betoond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou betoond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden betoond hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betoond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betoond hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden betoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden betoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden betoond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden betoond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden betoond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt betonen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt betoond hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betoond worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt betoond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen betonen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen betonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen betonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen betonen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord betoon

Herkomst

afgeleid van tonen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van betonen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
betone aanvoegende wijs betonen
betonend onvoltooid deelwoord betonen
betonende woordvorm betonen
betoond voltooid deelwoord betonen
betoonde verleden tijd betonen
betoonden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon betonen
betoont aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon betonen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van betonen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over betonen

Wat is de betekenis van betonen?
Betonen is een werkwoord. De betekenis is: ergens de aandacht op vestigen, bijv. door klemtoon of nadruk. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik betonen?
Zo vervoeg je betonen zo: de tegenwoordige tijd is betoon, de verleden tijd is betoonde en het voltooid deelwoord is betoond. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord betonen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. T 2
  4. O 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

betonen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. T 2
  4. O 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

betonen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

betonen in het kort

betonen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van betonen staan er 103 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort betonen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

betonen: ergens de aandacht op vestigen, bijv. door klemtoon of nadruk
Deel betonen — standaardnederlands.nl