Naar de inhoud

beslapen

als bed gebruiken

beslapen

werkwoord

Betekenis

  1. als bed gebruiken

Vervoeging van beslapen

beslapenhele werkwoord — besliepverleden tijd enkelvoud — besliepenverleden tijd meervoud — beslapenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beslaap besliep
jij beslaapt besliep
hij, zij, het beslaapt besliep
wij beslapen besliepen
jullie beslapen besliepen
zij beslapen besliepen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
beslaap gebiedende wijs
beslape aanvoegende wijs
beslapen verleden tijd, deelwoord
beslapen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beslapen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beslapen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beslapen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beslapen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beslapen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beslapen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beslapen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beslapen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beslapen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beslapend onvoltooid, deelwoord
besliep verleden tijd
er is beslapen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beslapen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beslapen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beslapen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beslapen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beslapen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beslapen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beslapen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beslapen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beslapen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beslapen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beslapen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beslapen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beslapen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beslapen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beslapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beslapen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beslapen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beslapen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beslapen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beslapen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beslapen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beslapen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beslapen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beslapen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beslapen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beslapen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beslapen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beslapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beslapen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beslapen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beslapen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beslapen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van beslapen

Vervoeging van beslapen

beslapenhele werkwoord — besliepverleden tijd enkelvoud — besliepenverleden tijd meervoud — beslapenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beslaap besliep
jij beslaapt besliep
hij, zij, het beslaapt besliep
wij beslapen besliepen
jullie beslapen besliepen
zij beslapen besliepen
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
beslaap gebiedende wijs
beslape aanvoegende wijs
beslapen verleden tijd, deelwoord
beslapen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beslapen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
beslapen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beslapen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
beslapen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
beslapen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beslapen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
beslapen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beslapen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
beslapen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
beslapend onvoltooid, deelwoord
besliep verleden tijd
er is beslapen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was beslapen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd beslapen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt beslapen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal beslapen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal beslapen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou beslapen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou beslapen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had beslapen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had beslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had beslapen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden beslapen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden beslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden beslapen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt beslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beslapen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beslapen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben beslapen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beslapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart beslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beslapen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren beslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren beslapen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was beslapen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was beslapen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was beslapen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt beslapen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word beslapen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden beslapen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden beslapen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden beslapen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt beslapen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt beslapen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal beslapen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal beslapen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt beslapen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beslapen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt beslapen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt beslapen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beslapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen beslapen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen beslapen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen beslapen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beslapen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult beslapen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beslapen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult beslapen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van slapen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van beslapen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beslaap gebiedende wijs beslapen
beslaapt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beslapen
beslape aanvoegende wijs beslapen
beslapend onvoltooid deelwoord beslapen
beslapende woordvorm beslapen
besliep verleden tijd beslapen
besliepen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beslapen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beslapen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beslapen

Wat is de betekenis van beslapen?
Beslapen is een werkwoord. De betekenis is: als bed gebruiken.
Hoe vervoeg ik beslapen?
Zo vervoeg je beslapen zo: de tegenwoordige tijd is beslaap, de verleden tijd is besliep en het voltooid deelwoord is beslapen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beslapen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. P 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beslapen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. S 2
  4. L 3
  5. A 1
  6. P 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

beslapen in het kort

beslapen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van beslapen staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort beslapen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

beslapen: als bed gebruiken
Deel beslapen — standaardnederlands.nl