beslechten
werkwoordBetekenis
- een geschil tot een definitief einde brengen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van beslechten
beslechtenhele werkwoord — beslechtteverleden tijd enkelvoud — beslechttenverleden tijd meervoud — beslechtvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beslecht | beslechtte |
| jij | beslecht | beslechtte |
| hij, zij, het | beslecht | beslechtte |
| wij | beslechten | beslechtten |
| jullie | beslechten | beslechtten |
| zij | beslechten | beslechtten |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| beslecht | gebiedende wijs |
| beslecht | verleden tijd, deelwoord |
| beslecht te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beslecht te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beslecht te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beslecht te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beslecht te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beslecht worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beslecht zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beslecht zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beslecht zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beslecht zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beslechte | aanvoegende wijs |
| beslechtend | onvoltooid, deelwoord |
| beslechtte | verleden tijd |
| er is beslecht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beslecht | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beslecht | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beslecht | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beslecht worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beslecht zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beslecht worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beslecht zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beslecht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beslecht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beslecht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beslecht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beslecht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beslecht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beslecht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beslecht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beslechten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beslecht | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beslechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beslecht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beslecht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beslecht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beslecht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beslecht | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beslecht | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beslecht | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beslecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beslecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beslecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beslecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beslecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beslecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beslecht | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beslecht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beslecht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beslecht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beslecht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beslecht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beslecht | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beslecht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beslecht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beslecht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beslecht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beslecht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beslecht | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beslecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beslecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beslecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beslecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beslecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beslecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beslecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beslecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beslecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beslecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beslecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beslecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beslecht hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beslecht zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beslecht hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beslecht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beslecht hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beslecht zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beslecht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beslecht zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beslechten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beslecht hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beslecht worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beslecht zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beslechten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘een eind maken aan’ voor het eerst aangetroffen in 1503
Woordfamilie van beslechten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beslecht | voltooid deelwoord | beslechten |
| beslechte | aanvoegende wijs | beslechten |
| beslechtend | onvoltooid deelwoord | beslechten |
| beslechtende | woordvorm | beslechten |
| beslechtte | verleden tijd | beslechten |
| beslechtten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beslechten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beslechten zijn vastgelegd.