beoordelen
werkwoord bəˈʔordelə(n)Betekenis
- tot een oordeel komen over iets
Hoe spreek je beoordelen uit?
/bəˈordelən/
Beoordelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| o | boot |
| r | rood |
| d | dak |
| e | veel |
| l | land |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van beoordelen
beoordelenhele werkwoord — beoordeeldeverleden tijd enkelvoud — beoordeeldenverleden tijd meervoud — beoordeeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beoordeel | beoordeelde |
| jij | beoordeelt | beoordeelde |
| hij, zij, het | beoordeelt | beoordeelde |
| wij | beoordelen | beoordeelden |
| jullie | beoordelen | beoordeelden |
| zij | beoordelen | beoordeelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| beoordeel | gebiedende wijs |
| beoordeeld | verleden tijd, deelwoord |
| beoordeeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beoordeeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beoordeeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beoordeeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beoordeeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beoordeeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beoordeeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beoordeeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beoordeeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beoordeeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beoordeelde | verleden tijd |
| beoordele | aanvoegende wijs |
| beoordelend | onvoltooid, deelwoord |
| er is beoordeeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beoordeeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beoordeeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beoordeeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beoordeeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beoordeeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beoordeeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beoordeeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beoordeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beoordeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beoordeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beoordeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beoordeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beoordeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beoordeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beoordeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beoordelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beoordeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beoordelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beoordeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beoordeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beoordeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beoordeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beoordeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beoordeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beoordeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beoordeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beoordeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beoordeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beoordeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beoordeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beoordeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beoordeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beoordeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beoordeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beoordeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beoordeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beoordeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beoordeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beoordeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beoordeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beoordeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beoordeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beoordeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beoordeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beoordeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beoordeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beoordeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beoordeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beoordeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beoordeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beoordeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beoordeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beoordelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beoordeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beoordeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beoordeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beoordelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van oordelen met het voorvoegsel be-.
Woordfamilie van beoordelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beoordeel | gebiedende wijs | beoordelen |
| beoordeeld | voltooid deelwoord | beoordelen |
| beoordeelde | verleden tijd | beoordelen |
| beoordeelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beoordelen |
| beoordeelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beoordelen |
| beoordele | aanvoegende wijs | beoordelen |
| beoordelend | onvoltooid deelwoord | beoordelen |
| beoordelende | woordvorm | beoordelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beoordelen zijn vastgelegd.