beits
zelfstandig naamwoord, werkwoord bɛɪtsBetekenis
- een houtbeschermingsproduct dat gedeeltelijk in het hout doordringt (verf blijft buiten het hout)
Hoe spreek je beits uit?
/bɛits/
Beits bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| t | tak |
| s | sok |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beitsen | meervoud |
| beitsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| beitsjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beitsen
- gebiedende wijs van beitsen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beitsen
Vervoeging van beits
beitshele werkwoord
Woordfamilie van beits
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beitsje | verkleinwoord | beits |
| beitsjes | verkleinwoord meervoud | beits |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beits zijn vastgelegd.