Naar de inhoud

beitsen

met beits behandelen

beitsen is meer dan één woord

beitsen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. met beits behandelen

Vervoeging van beitsen

beitsenhele werkwoord — beitsteverleden tijd enkelvoud — beitstenverleden tijd meervoud — gebeitstvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik beits beitste
jij beitst beitste
hij, zij, het beitst beitste
wij beitsen beitsten
jullie beitsen beitsten
zij beitsen beitsten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
beits gebiedende wijs
beitse aanvoegende wijs
beitsend onvoltooid, deelwoord
beitste verleden tijd
er is gebeitst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gebeitst impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gebeitst impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gebeitst impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gebeitst worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gebeitst zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gebeitst worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gebeitst zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gebeitst verleden tijd, deelwoord
gebeitst te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebeitst zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebeitst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebeitst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebeitst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebeitst voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebeitst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebeitst voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebeitst voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebeitst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeitst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebeitst voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebeitst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebeitst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebeitst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeitst voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebeitst voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te beitsen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebeitst actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen beitsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal beitsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal beitsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal beitsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebeitst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebeitst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebeitst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou beitsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou beitsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou beitsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebeitst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebeitst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebeitst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden beitsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden beitsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden beitsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebeitst hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebeitst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebeitst hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt beitsen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebeitst hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen beitsen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen beitsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen beitsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen beitsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebeitst hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebeitst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebeitst hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult beitsen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebeitst hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord beits

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘kleuren met beits’ voor het eerst aangetroffen in 1892

Woordfamilie van beitsen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
beitse aanvoegende wijs beitsen
beitsend onvoltooid deelwoord beitsen
beitsende woordvorm beitsen
beitst aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon beitsen
beitste verleden tijd beitsen
beitsten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon beitsen
gebeitst voltooid deelwoord beitsen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beitsen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over beitsen

Wat betekent beitsen?
Beitsen is een werkwoord. Het woord betekent: met beits behandelen.
Hoe vervoeg je beitsen?
Je vervoegt beitsen als volgt: de tegenwoordige tijd is beits, de verleden tijd is beitste en het voltooid deelwoord is gebeitst. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord beitsen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. I 1
  4. T 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

beitsen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 103 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. I 2
  4. T 2
  5. S 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 103 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

beitsen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

beitsen in het kort

beitsen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Van beitsen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort beitsen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

beitsen: met beits behandelen
Deel beitsen — standaardnederlands.nl