beiaard
zelfstandig naamwoord, werkwoord 'bɛɪjartBetekenis
- een in kerktoren, of vrijstaande klokkentoren (campanile), opgesteld muziekinstrument, dat bestaat uit een reeks van klokken en wordt bespeeld via een speciaal manuaal door een beiaardier, of ook wel door een mechaniek wordt aangestuurd
Hoe spreek je beiaard uit?
/ˈbɛijart/
Beiaard bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ɛi | trein |
| j | ja |
| a | maan |
| r | rood |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| beiaarden | meervoud |
| beiaardje | verkleinwoord, enkelvoud |
| beiaardjes | verkleinwoord, meervoud |
| beiaards | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beiaarden
- gebiedende wijs van beiaarden
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beiaarden
Vervoeging van beiaard
beiaardhele werkwoord
Herkomst
afgeleid van bei met het achtervoegsel -aard ??
Woordfamilie van beiaard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beiaardje | verkleinwoord | beiaard |
| beiaardjes | verkleinwoord meervoud | beiaard |
| beiaards | meervoud | beiaard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beiaard zijn vastgelegd.