Naar de inhoud

behoren

~ bij een eenheid vormen met of een onderdeel uitmaken van.

behoren

werkwoord

Betekenis

  1. ~ bij een eenheid vormen met of een onderdeel uitmaken van.
  2. ~ tot deel uitmaken van
  3. ~ te onderdeel uitmaken van wat gebruikelijk is of tot de fatsoensnormen gerekend wordt, dienen, horen
  4. onderdeel zijn van

werkwoord

  1. ~ bij een eenheid vormen met of een onderdeel uitmaken van absolute

Vervoeging van behoren

behorenhele werkwoord — behoordeverleden tijd enkelvoud — behoordenverleden tijd meervoud — behoordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik behoor behoorde
jij behoort behoorde
hij, zij, het behoort behoorde
wij behoren behoorden
jullie behoren behoorden
zij behoren behoorden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
behoor gebiedende wijs
behoord verleden tijd, deelwoord
behoord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
behoord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
behoorde verleden tijd
behore aanvoegende wijs
behorend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
had behoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had behoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had behoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden behoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden behoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden behoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt behoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb behoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben behoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben behoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben behoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben behoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt behoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft behoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft behoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te behoren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben behoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen behoren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal behoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal behoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal behoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen behoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen behoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen behoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen behoren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult behoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Vervoeging van behoren

behorenhele werkwoord — behoordeverleden tijd enkelvoud — behoordenverleden tijd meervoud — behoordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik behoor behoorde
jij behoort behoorde
hij, zij, het behoort behoorde
wij behoren behoorden
jullie behoren behoorden
zij behoren behoorden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
behoor gebiedende wijs
behoord verleden tijd, deelwoord
behoord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
behoord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
behoorde verleden tijd
behore aanvoegende wijs
behoren tot canonical
behorend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
had behoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had behoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had behoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden behoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden behoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden behoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt behoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb behoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben behoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben behoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben behoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben behoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt behoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft behoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft behoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te behoren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben behoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen behoren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal behoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal behoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal behoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt behoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt behoren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen behoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen behoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen behoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen behoren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult behoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult behoren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘toebehoren, nodig zijn, passen’ voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van behoren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
behoor gebiedende wijs behoren
behoord voltooid deelwoord behoren
behoorde verleden tijd behoren
behoorden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon behoren
behoort aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon behoren
behore aanvoegende wijs behoren
behorend onvoltooid deelwoord behoren
behorende woordvorm behoren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van behoren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over behoren

Wat betekent behoren?
Behoren is een werkwoord. Het woord betekent: ~ bij een eenheid vormen met of een onderdeel uitmaken van. Deze pagina beschrijft 5 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je behoren?
Je vervoegt behoren als volgt: de tegenwoordige tijd is behoor, de verleden tijd is behoorde en het voltooid deelwoord is behoord. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord behoren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. H 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

behoren levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. H 4
  4. O 1
  5. R 2
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

behoren telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

behoren in het kort

behoren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 5 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van behoren zijn 33 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort behoren bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

behoren: ~ bij een eenheid vormen met of een onderdeel uitmaken van.
Deel behoren — standaardnederlands.nl