Naar de inhoud

begraven

iets onder de grond stoppen

begraven

werkwoord

Betekenis

  1. iets onder de grond stoppen
  2. een overledene in een kist aan de aarde toevertrouwen
  3. vergeten
  4. iets wegestoppen; iets onzichtbaar maken
  5. opgraven
  6. bedelven
  7. bijzetten
  8. een overledene (in een kist) aan de aarde toevertrouwen

werkwoord

  1. iets wegstoppen; iets onzichtbaar maken figuratively

Vervoeging van begraven

begravenhele werkwoord — begroefverleden tijd enkelvoud — begroevenverleden tijd meervoud — begravenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik begraaf begroef
jij begraaft begroef
hij, zij, het begraaft begroef
wij begraven begroeven
jullie begraven begroeven
zij begraven begroeven
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
begraaf gebiedende wijs
begraaf me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
begraaf u/je , begraaft je gebiedende wijs
begraaft je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
begraaft u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
begraaft u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begraaft zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
begraaft zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
begraaft zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begrave aanvoegende wijs
begrave zich aanvoegende wijs
begraven verleden tijd, deelwoord
begraven je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begraven ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begraven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begraven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begraven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begraven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
begraven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begraven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begraven zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begraven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begraven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begraven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
begraven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begravend onvoltooid, deelwoord
begroef verleden tijd
begroef je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
begroef me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
begroef u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
begroef u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
begroef zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
begroef zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
begroef zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
begroeven je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
begroeven ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
begroeven zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
ben begraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is begraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was begraven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd begraven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt begraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal begraven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal begraven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou begraven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou begraven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had begraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had begraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had begraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden begraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden begraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden begraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt begraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb begraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben begraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben begraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is begraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te begraven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben begraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen begraven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart begraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren begraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was begraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was begraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was begraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word begraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden begraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden begraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden begraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt begraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt begraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal begraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal begraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal begraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal begraven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal begraven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal begraven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begraven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me begraven eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich begraven derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je begraven tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich begraven hebben verleden tijd
zich begravend onvoltooid, deelwoord
zijn begraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn begraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen begraven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen begraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Woordvorm

  • voltooid deelwoord van begraven

Vervoeging van begraven

begravenhele werkwoord — begroefverleden tijd enkelvoud — begroevenverleden tijd meervoud — begravenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik begraaf begroef
jij begraaft begroef
hij, zij, het begraaft begroef
wij begraven begroeven
jullie begraven begroeven
zij begraven begroeven
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
begraaf gebiedende wijs
begraaf me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
begraaf u/je , begraaft je gebiedende wijs
begraaft je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
begraaft u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
begraaft u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begraaft zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
begraaft zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
begraaft zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begrave aanvoegende wijs
begrave zich aanvoegende wijs
begraven verleden tijd, deelwoord
begraven je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begraven ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begraven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begraven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
begraven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begraven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
begraven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
begraven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begraven zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
begraven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
begraven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begraven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
begraven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
begravend onvoltooid, deelwoord
begroef verleden tijd
begroef je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
begroef me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
begroef u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
begroef u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
begroef zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
begroef zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
begroef zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
begroeven je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
begroeven ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
begroeven zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
ben begraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is begraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was begraven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd begraven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt begraven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal begraven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal begraven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou begraven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou begraven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had begraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had begraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had begraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden begraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden begraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden begraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt begraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb begraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben begraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben begraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft begraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is begraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te begraven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben begraven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen begraven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart begraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren begraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren begraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was begraven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was begraven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was begraven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt begraven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word begraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden begraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden begraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden begraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt begraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt begraven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal begraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal begraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal begraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal begraven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begraven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal begraven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal begraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begraven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal begraven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal begraven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me begraven eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich begraven derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je begraven tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich begraven hebben verleden tijd
zich begravend onvoltooid, deelwoord
zijn begraven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn begraven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt begraven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt begraven aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt begraven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begraven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt begraven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen begraven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen begraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen begraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen begraven aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Herkomst

Afleiding van graven met het voorvoegsel be-, , verbreid onder invloed van Duits begraben.

Woordfamilie van begraven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
begraaf gebiedende wijs begraven
begraaft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon begraven
begrave aanvoegende wijs begraven
begravend onvoltooid deelwoord begraven
begravende woordvorm begraven
begroef verleden tijd begraven
begroeven aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon begraven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begraven zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over begraven

Wat betekent begraven?
Begraven is een werkwoord. Het woord betekent: iets onder de grond stoppen. Deze pagina beschrijft 9 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je begraven?
Je vervoegt begraven als volgt: de tegenwoordige tijd is begraaf, de verleden tijd is begroef en het voltooid deelwoord is begraven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord begraven is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. A 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

begraven levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. A 1
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 17 zonder bonus
  10. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

begraven in het kort

begraven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 9 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van begraven zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort begraven bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

begraven: iets onder de grond stoppen
Deel begraven — standaardnederlands.nl