begraven
werkwoordBetekenis
- iets onder de grond stoppen
- een overledene in een kist aan de aarde toevertrouwen
- vergeten
- iets wegestoppen; iets onzichtbaar maken
- opgraven
- bedelven
- bijzetten
- een overledene (in een kist) aan de aarde toevertrouwen
werkwoord
- iets wegstoppen; iets onzichtbaar maken figuratively
Vervoeging van begraven
begravenhele werkwoord — begroefverleden tijd enkelvoud — begroevenverleden tijd meervoud — begravenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | begraaf | begroef |
| jij | begraaft | begroef |
| hij, zij, het | begraaft | begroef |
| wij | begraven | begroeven |
| jullie | begraven | begroeven |
| zij | begraven | begroeven |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| begraaf | gebiedende wijs |
| begraaf me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| begraaf u/je , begraaft je | gebiedende wijs |
| begraaft je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| begraaft u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| begraaft u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| begraaft zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| begraaft zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| begraaft zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| begrave | aanvoegende wijs |
| begrave zich | aanvoegende wijs |
| begraven | verleden tijd, deelwoord |
| begraven je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| begraven ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| begraven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| begraven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| begraven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begraven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begraven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begraven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| begraven zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| begraven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| begraven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begraven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begraven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begravend | onvoltooid, deelwoord |
| begroef | verleden tijd |
| begroef je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| begroef me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| begroef u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| begroef u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| begroef zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| begroef zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| begroef zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| begroeven je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| begroeven ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| begroeven zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| ben begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is begraven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was begraven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd begraven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt begraven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal begraven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal begraven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou begraven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou begraven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had begraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had begraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had begraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden begraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden begraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden begraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt begraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te begraven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben begraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen begraven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart begraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren begraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was begraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was begraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was begraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word begraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden begraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden begraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden begraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt begraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt begraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal begraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal begraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal begraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal begraven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begraven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal begraven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal begraven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begraven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me begraven | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich begraven | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je begraven | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich begraven hebben | verleden tijd |
| zich begravend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen begraven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen begraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen begraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen begraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van begraven
Vervoeging van begraven
begravenhele werkwoord — begroefverleden tijd enkelvoud — begroevenverleden tijd meervoud — begravenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | begraaf | begroef |
| jij | begraaft | begroef |
| hij, zij, het | begraaft | begroef |
| wij | begraven | begroeven |
| jullie | begraven | begroeven |
| zij | begraven | begroeven |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| begraaf | gebiedende wijs |
| begraaf me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| begraaf u/je , begraaft je | gebiedende wijs |
| begraaft je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| begraaft u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| begraaft u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| begraaft zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| begraaft zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| begraaft zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| begrave | aanvoegende wijs |
| begrave zich | aanvoegende wijs |
| begraven | verleden tijd, deelwoord |
| begraven je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| begraven ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| begraven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| begraven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| begraven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begraven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begraven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| begraven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| begraven zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| begraven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| begraven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begraven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begraven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| begravend | onvoltooid, deelwoord |
| begroef | verleden tijd |
| begroef je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| begroef me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| begroef u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| begroef u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| begroef zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| begroef zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| begroef zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| begroeven je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| begroeven ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| begroeven zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| ben begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is begraven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was begraven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd begraven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt begraven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal begraven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal begraven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou begraven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou begraven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had begraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had begraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had begraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden begraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden begraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden begraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt begraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te begraven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben begraven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen begraven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart begraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren begraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren begraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was begraven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was begraven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was begraven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt begraven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word begraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden begraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden begraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden begraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt begraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt begraven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal begraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal begraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal begraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal begraven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begraven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal begraven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal begraven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal begraven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me begraven | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich begraven | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je begraven | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich begraven hebben | verleden tijd |
| zich begravend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt begraven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt begraven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt begraven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begraven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt begraven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen begraven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen begraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen begraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen begraven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
Herkomst
Afleiding van graven met het voorvoegsel be-, , verbreid onder invloed van Duits begraben.
Woordfamilie van begraven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| begraaf | gebiedende wijs | begraven |
| begraaft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | begraven |
| begrave | aanvoegende wijs | begraven |
| begravend | onvoltooid deelwoord | begraven |
| begravende | woordvorm | begraven |
| begroef | verleden tijd | begraven |
| begroeven | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | begraven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van begraven zijn vastgelegd.