bedelven
werkwoord bəˈdɛlvə(n)Betekenis
- met een dikke laag bedekken
- ~ onder: ergens heel veel van krijgen
Hoe spreek je bedelven uit?
/bəˈdɛlvən/
Bedelven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| d | dak |
| ɛ | bed |
| l | land |
| v | vis |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bedelven
bedelvenhele werkwoord — bedolfverleden tijd enkelvoud — bedolvenverleden tijd meervoud — bedolvenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bedelf | bedolf |
| jij | bedelft | bedolf |
| hij, zij, het | bedelft | bedolf |
| wij | bedelven | bedolven |
| jullie | bedelven | bedolven |
| zij | bedelven | bedolven |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| bedelf | gebiedende wijs |
| bedelve | aanvoegende wijs |
| bedelvend | onvoltooid, deelwoord |
| bedolf | verleden tijd |
| bedolven | verleden tijd, deelwoord |
| bedolven te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedolven te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bedolven te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedolven te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedolven te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bedolven worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedolven zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bedolven zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedolven zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bedolven zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ben bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bedolven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bedolven | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bedolven | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bedolven | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bedolven worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bedolven zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bedolven worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bedolven zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bedolven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bedolven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bedolven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bedolven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bedolven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bedolven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bedolven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedolven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bedelven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bedolven | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bedelven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bedolven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedolven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bedolven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bedolven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bedolven | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bedolven | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bedolven | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bedolven | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bedolven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bedolven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bedolven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bedolven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bedolven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bedolven | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal bedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bedolven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bedolven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bedolven | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou bedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden bedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt bedolven hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bedolven zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen bedelven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen bedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bedolven zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bedolven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bedolven zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult bedelven | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult bedolven hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedolven worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bedolven zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
uit Middelnederlands, afgeleid van delven met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bedelven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bedelf | gebiedende wijs | bedelven |
| bedelft | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bedelven |
| bedelve | aanvoegende wijs | bedelven |
| bedelvend | onvoltooid deelwoord | bedelven |
| bedelvende | woordvorm | bedelven |
| bedolf | verleden tijd | bedelven |
| bedolven | voltooid deelwoord | bedelven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bedelven zijn vastgelegd.