beëdigen
werkwoordBetekenis
- iemand installeren in een ambt door de ambtseed af te nemen
Vervoeging van beëdigen
beëdigenhele werkwoord — beëdigdeverleden tijd enkelvoud — beëdigdenverleden tijd meervoud — beëdigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beëdig | beëdigde |
| jij | beëdigt | beëdigde |
| hij, zij, het | beëdigt | beëdigde |
| wij | beëdigen | beëdigden |
| jullie | beëdigen | beëdigden |
| zij | beëdigen | beëdigden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| beëdig | gebiedende wijs |
| beëdigd | verleden tijd, deelwoord |
| beëdigd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beëdigd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| beëdigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beëdigd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beëdigd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| beëdigd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beëdigd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| beëdigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beëdigd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beëdigd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| beëdigde | verleden tijd |
| beëdige | aanvoegende wijs |
| beëdigend | onvoltooid, deelwoord |
| er is beëdigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was beëdigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd beëdigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt beëdigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal beëdigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal beëdigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou beëdigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou beëdigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had beëdigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had beëdigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had beëdigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden beëdigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden beëdigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden beëdigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt beëdigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beëdigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te beëdigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben beëdigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen beëdigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart beëdigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beëdigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren beëdigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren beëdigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was beëdigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was beëdigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was beëdigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt beëdigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal beëdigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beëdigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal beëdigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal beëdigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal beëdigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt beëdigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou beëdigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beëdigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beëdigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beëdigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou beëdigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou beëdigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden beëdigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beëdigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beëdigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beëdigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden beëdigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden beëdigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt beëdigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beëdigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen beëdigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beëdigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beëdigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beëdigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen beëdigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen beëdigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen beëdigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult beëdigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beëdigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beëdigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult beëdigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van eed met het voorvoegsel be- met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van beëdigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beëdig | gebiedende wijs | beëdigen |
| beëdigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | beëdigen |
| beëdige | aanvoegende wijs | beëdigen |
| beëdigend | onvoltooid deelwoord | beëdigen |
| beëdigende | woordvorm | beëdigen |
| beëdigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | beëdigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van beëdigen zijn vastgelegd.