bezwijmen
werkwoordBetekenis
- het bewustzijn verliezen
Vervoeging van bezwijmen
bezwijmenhele werkwoord — bezwijmdeverleden tijd enkelvoud — bezwijmdenverleden tijd meervoud — bezwijmdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bezwijm | bezwijmde |
| jij | bezwijmt | bezwijmde |
| hij, zij, het | bezwijmt | bezwijmde |
| wij | bezwijmen | bezwijmden |
| jullie | bezwijmen | bezwijmden |
| zij | bezwijmen | bezwijmden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben bezwijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bezwijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bezwijm | gebiedende wijs |
| bezwijmd | verleden tijd, deelwoord |
| bezwijmd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bezwijmd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bezwijmde | verleden tijd |
| bezwijme | aanvoegende wijs |
| bezwijmend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| is bezwijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bezwijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bezwijmen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn bezwijmd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bezwijmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bezwijmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bezwijmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bezwijmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bezwijmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bezwijmd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bezwijmd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bezwijmd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal bezwijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bezwijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bezwijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bezwijmd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn bezwijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bezwijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bezwijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bezwijmd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bezwijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bezwijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bezwijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bezwijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bezwijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bezwijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bezwijmd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bezwijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bezwijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bezwijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bezwijmen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bezwijmd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bezwijmen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van zwijmen met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bezwijmen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bezwijm | gebiedende wijs | bezwijmen |
| bezwijmd | voltooid deelwoord | bezwijmen |
| bezwijmde | verleden tijd | bezwijmen |
| bezwijmden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bezwijmen |
| bezwijme | aanvoegende wijs | bezwijmen |
| bezwijmende | woordvorm | bezwijmen |
| bezwijmt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bezwijmen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezwijmen zijn vastgelegd.