Naar de inhoud

bezwijmen

het bewustzijn verliezen

bezwijmen

werkwoord

Betekenis

  1. het bewustzijn verliezen

Vervoeging van bezwijmen

bezwijmenhele werkwoord — bezwijmdeverleden tijd enkelvoud — bezwijmdenverleden tijd meervoud — bezwijmdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bezwijm bezwijmde
jij bezwijmt bezwijmde
hij, zij, het bezwijmt bezwijmde
wij bezwijmen bezwijmden
jullie bezwijmen bezwijmden
zij bezwijmen bezwijmden
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben bezwijmd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent bezwijmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bezwijm gebiedende wijs
bezwijmd verleden tijd, deelwoord
bezwijmd te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
bezwijmd zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
bezwijmde verleden tijd
bezwijme aanvoegende wijs
bezwijmend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
is bezwijmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is bezwijmd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bezwijmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn bezwijmd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bezwijmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart bezwijmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezwijmd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren bezwijmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren bezwijmd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was bezwijmd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was bezwijmd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was bezwijmd voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal bezwijmd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal bezwijmd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal bezwijmd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn bezwijmd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn bezwijmd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn bezwijmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn bezwijmd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt bezwijmd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou bezwijmd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou bezwijmd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou bezwijmd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden bezwijmd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden bezwijmd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden bezwijmd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt bezwijmd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen bezwijmd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen bezwijmd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen bezwijmd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen bezwijmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult bezwijmd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult bezwijmen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van zwijmen met het voorvoegsel be-

Woordfamilie van bezwijmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bezwijm gebiedende wijs bezwijmen
bezwijmd voltooid deelwoord bezwijmen
bezwijmde verleden tijd bezwijmen
bezwijmden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bezwijmen
bezwijme aanvoegende wijs bezwijmen
bezwijmende woordvorm bezwijmen
bezwijmt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bezwijmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bezwijmen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over bezwijmen

Wat betekent bezwijmen?
Bezwijmen is een werkwoord. Het woord betekent: het bewustzijn verliezen.
Hoe vervoeg je bezwijmen?
Je vervoegt bezwijmen als volgt: de tegenwoordige tijd is bezwijm, de verleden tijd is bezwijmde en het voltooid deelwoord is bezwijmd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bezwijmen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. E 1
  3. Z 4
  4. W 5
  5. I 1
  6. J 4
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bezwijmen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 108 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. E 1
  3. Z 5
  4. W 5
  5. I 2
  6. J 4
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 26 zonder bonus
  11. 108 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

bezwijmen in het kort

bezwijmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van bezwijmen zijn 33 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bezwijmen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bezwijmen: het bewustzijn verliezen
Deel bezwijmen — standaardnederlands.nl