basen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- high worden van cocaïne(damp) door het te roken met een waterpijp
Vervoeging van basen
basenhele werkwoord — basedeverleden tijd enkelvoud — basedenverleden tijd meervoud — gebasedvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | base | basede |
| jij | baset | basede |
| hij, zij, het | baset | basede |
| wij | basen | baseden |
| jullie | basen | baseden |
| zij | basen | baseden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| base | gebiedende wijs |
| base | aanvoegende wijs |
| basede | verleden tijd |
| basend | onvoltooid, deelwoord |
| ev. | gebiedende wijs |
| gebased | verleden tijd, deelwoord |
| gebased te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gebased zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gebased | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gebased | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gebased | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gebased | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gebased | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gebased | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gebased | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gebased | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebased | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gebased | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gebased | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gebased | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gebased | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebased | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gebased | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te basen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gebased | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen basen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal basen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal basen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal basen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gebased hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gebased hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gebased hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou basen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou basen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou basen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gebased hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gebased hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gebased hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden basen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden basen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden basen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gebased hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gebased hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gebased hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt basen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gebased hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen basen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen basen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen basen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen basen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gebased hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gebased hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gebased hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult basen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gebased hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord base
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘cocaïne roken via een waterpijp’ voor het eerst aangetroffen in 1982
Woordfamilie van basen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| basede | verleden tijd | basen |
| baseden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | basen |
| basend | onvoltooid deelwoord | basen |
| basende | woordvorm | basen |
| baset | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | basen |
| gebased | voltooid deelwoord | basen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van basen zijn vastgelegd.