base
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈbazəBetekenis
- een ion of molecuul dat de neiging heeft een proton op te nemen: brønstedbase
- een ion of molecuul dat een elektronenpaar kan doneren aan een ander molecuul: lewisbase
- baseren
- draagvlak
- fundament; de basis waarop een huis wordt gebouwd
- basis
- basis, fundament, grond
- schedelbasis
- loog
- základ
- zásada
- kyselina
- basi
- basu
Hoe spreek je base uit?
/ˈbazə/
Base bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| a | maan |
| z | zon |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- stof die een of meer hydroxylgroepen bevat en in een waterige oplossing OH-ionen afsplitst: arrheniusbase
- ion of molecuul dat de neiging heeft een proton op te nemen: brønstedbase
- ion of molecuul dat een elektronenpaar kan doneren aan een ander molecuul: lewisbase
- grondtal
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- gezuiverde vorm van een drug, meestal cocaïne, geschikt om bij verhitting te inhaleren
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| basen | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van basen
- gebiedende wijs van basen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van basen
- aanvoegende wijs van basen
Vervoeging van base
basehele werkwoord
Alle 2 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [A] base | canonical |
| [B] base | canonical |