Naar de inhoud

associëren

tot compagnon maken of nemen

associëren

werkwoord

Betekenis

  1. tot compagnon maken of nemen
  2. een betrekking leggen tussen twee begrippen

Vervoeging van associëren

associërenhele werkwoord — associeerdeverleden tijd enkelvoud — associeerdenverleden tijd meervoud — geassocieerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik associeer associeerde
jij associeert associeerde
hij, zij, het associeert associeerde
wij associëren associeerden
jullie associëren associeerden
zij associëren associeerden
Alle 97 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
associeer gebiedende wijs
associeer me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
associeer u/je , associeert je gebiedende wijs
associeerde verleden tijd
associeerde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
associeerde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
associeerde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
associeerde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
associeerde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
associeerde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
associeerde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
associeerden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
associeerden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
associeerden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
associeert je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
associeert u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
associeert u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
associeert zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
associeert zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
associeert zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
associëre aanvoegende wijs
associëre zich aanvoegende wijs
associëren je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
associëren ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
associëren zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
associërend onvoltooid, deelwoord
er is geassocieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geassocieerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geassocieerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geassocieerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geassocieerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geassocieerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geassocieerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geassocieerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geassocieerd verleden tijd, deelwoord
geassocieerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geassocieerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geassocieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geassocieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geassocieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geassocieerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geassocieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geassocieerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geassocieerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geassocieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geassocieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geassocieerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geassocieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geassocieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geassocieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geassocieerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geassocieerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te associëren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geassocieerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen associëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal associëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal associëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal associëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geassocieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geassocieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geassocieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal me associëren eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal zich associëren derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je associëren tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich associërend onvoltooid, deelwoord
zich geassocieerd hebben verleden tijd
zou associëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou associëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou associëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geassocieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geassocieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geassocieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden associëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden associëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden associëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geassocieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geassocieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geassocieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt associëren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geassocieerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen associëren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen associëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen associëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen associëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geassocieerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geassocieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geassocieerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen je associëren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons associëren eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen zich associëren derde persoon, toekomende tijd, meervoud
zult associëren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geassocieerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult u associëren tweede persoon
zult u associëren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zult zich/u associëren tweede persoon
zult zich/u associëren tweede persoon, toekomende tijd, meervoud

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘verbintenis aangaan’ voor het eerst aangetroffen in 1600

Woordfamilie van associëren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
associeer gebiedende wijs associëren
associeerde verleden tijd associëren
associeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon associëren
associeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon associëren
associëre aanvoegende wijs associëren
associërend onvoltooid deelwoord associëren
associërende woordvorm associëren
geassocieerd voltooid deelwoord associëren
geassocieerde woordvorm associëren
geassocieerden meervoud geassocieerde

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van associëren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over associëren

Wat is de betekenis van associëren?
Associëren is een werkwoord. De betekenis is: tot compagnon maken of nemen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik associëren?
Zo vervoeg je associëren zo: de tegenwoordige tijd is associeer, de verleden tijd is associeerde en het voltooid deelwoord is geassocieerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord associëren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. S 2
  3. S 2
  4. O 1
  5. C 5
  6. I 1
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

associëren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. S 2
  3. S 2
  4. O 1
  5. C 5
  6. I 2
  7. E 1
  8. R 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

associëren in het kort

associëren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van associëren staan er 68 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort associëren bij een woordfamilie van 10 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

associëren: tot compagnon maken of nemen
Deel associëren — standaardnederlands.nl