Naar de inhoud

amortiseren

gerechtelijk van onwaarde verklaren

amortiseren

werkwoord

Betekenis

  1. gerechtelijk van onwaarde verklaren
  2. aflossen
  3. bij biljart (de speelbal) stilleggen (door met deze speelbal een aangespeelde bal te raken)

Vervoeging van amortiseren

amortiserenhele werkwoord — amortiseerdeverleden tijd enkelvoud — amortiseerdenverleden tijd meervoud — geamortiseerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik amortiseer amortiseerde
jij amortiseert amortiseerde
hij, zij, het amortiseert amortiseerde
wij amortiseren amortiseerden
jullie amortiseren amortiseerden
zij amortiseren amortiseerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
amortiseer gebiedende wijs
amortiseerde verleden tijd
amortisere aanvoegende wijs
amortiserend onvoltooid, deelwoord
ben geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geamortiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geamortiseerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geamortiseerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geamortiseerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geamortiseerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geamortiseerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geamortiseerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geamortiseerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geamortiseerd verleden tijd, deelwoord
geamortiseerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geamortiseerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geamortiseerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geamortiseerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geamortiseerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geamortiseerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geamortiseerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geamortiseerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geamortiseerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geamortiseerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geamortiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geamortiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geamortiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geamortiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geamortiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geamortiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geamortiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geamortiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te amortiseren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geamortiseerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen amortiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geamortiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geamortiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geamortiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geamortiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geamortiseerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geamortiseerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geamortiseerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geamortiseerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geamortiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geamortiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geamortiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geamortiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geamortiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geamortiseerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geamortiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geamortiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geamortiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geamortiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geamortiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geamortiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geamortiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geamortiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geamortiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geamortiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geamortiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geamortiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geamortiseerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geamortiseerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen amortiseren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geamortiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geamortiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geamortiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geamortiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geamortiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geamortiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult amortiseren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geamortiseerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geamortiseerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geamortiseerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van het Franse amortir (met het achtervoegsel -iseren)

Woordfamilie van amortiseren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
amortiseer gebiedende wijs amortiseren
amortiseerde verleden tijd amortiseren
amortiseerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon amortiseren
amortiseert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon amortiseren
amortisere aanvoegende wijs amortiseren
amortiserend onvoltooid deelwoord amortiseren
amortiserende woordvorm amortiseren
geamortiseerd voltooid deelwoord amortiseren
geamortiseerde woordvorm amortiseren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van amortiseren zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over amortiseren

Wat betekent amortiseren?
Amortiseren is een werkwoord. Het woord betekent: gerechtelijk van onwaarde verklaren. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je amortiseren?
Je vervoegt amortiseren als volgt: de tegenwoordige tijd is amortiseer, de verleden tijd is amortiseerde en het voltooid deelwoord is geamortiseerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord amortiseren is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. M 3
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. I 1
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

amortiseren levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. M 3
  3. O 1
  4. R 2
  5. T 2
  6. I 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. R 2
  10. E 1
  11. N 1
  12. 18 zonder bonus
  13. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

amortiseren in het kort

amortiseren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van amortiseren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort amortiseren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

amortiseren: gerechtelijk van onwaarde verklaren
Deel amortiseren — standaardnederlands.nl