amortiseren
werkwoordBetekenis
- gerechtelijk van onwaarde verklaren
- aflossen
- bij biljart (de speelbal) stilleggen (door met deze speelbal een aangespeelde bal te raken)
Vervoeging van amortiseren
amortiserenhele werkwoord — amortiseerdeverleden tijd enkelvoud — amortiseerdenverleden tijd meervoud — geamortiseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | amortiseer | amortiseerde |
| jij | amortiseert | amortiseerde |
| hij, zij, het | amortiseert | amortiseerde |
| wij | amortiseren | amortiseerden |
| jullie | amortiseren | amortiseerden |
| zij | amortiseren | amortiseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| amortiseer | gebiedende wijs |
| amortiseerde | verleden tijd |
| amortisere | aanvoegende wijs |
| amortiserend | onvoltooid, deelwoord |
| ben geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geamortiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geamortiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geamortiseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geamortiseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geamortiseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geamortiseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geamortiseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geamortiseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geamortiseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geamortiseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geamortiseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geamortiseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geamortiseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geamortiseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geamortiseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geamortiseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geamortiseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geamortiseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geamortiseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geamortiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te amortiseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben geamortiseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen amortiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geamortiseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geamortiseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal geamortiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geamortiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geamortiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geamortiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geamortiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geamortiseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou geamortiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geamortiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geamortiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geamortiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geamortiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geamortiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden geamortiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geamortiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geamortiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geamortiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geamortiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geamortiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt geamortiseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geamortiseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen amortiseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen geamortiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geamortiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geamortiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geamortiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geamortiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geamortiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult amortiseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult geamortiseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geamortiseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geamortiseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van het Franse amortir (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van amortiseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| amortiseer | gebiedende wijs | amortiseren |
| amortiseerde | verleden tijd | amortiseren |
| amortiseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | amortiseren |
| amortiseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | amortiseren |
| amortisere | aanvoegende wijs | amortiseren |
| amortiserend | onvoltooid deelwoord | amortiseren |
| amortiserende | woordvorm | amortiseren |
| geamortiseerd | voltooid deelwoord | amortiseren |
| geamortiseerde | woordvorm | amortiseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van amortiseren zijn vastgelegd.