Naar de inhoud

afschrijven

een afschrift maken, met de hand kopiëren

afschrijven

werkwoord ˈɑfsxrɛivə(n)

Betekenis

  1. een afschrift maken, met de hand kopiëren
  2. de veroudering van een bezit in termijnen in de boeken verwerken
  3. iemand niet meer belangrijk vinden, iets zonder waarde vinden
  4. lijnen op een werkstuk aanbrengen, waarlangs bewerkingen moeten worden gedaan

Hoe spreek je afschrijven uit?

/ˈɑfsxrɛivən/

Afschrijven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfsxrɛivən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
s sok
x acht
r rood
ɛi trein
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afschrijven

afschrijvenhele werkwoord — schreef afverleden tijd enkelvoud — schreven afverleden tijd meervoud — afgeschrevenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schrijf af schreef af
jij schrijft af schreef af
hij, zij, het schrijft af schreef af
wij schrijven af schreven af
jullie schrijven af schreven af
zij schrijven af schreven af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te schrijven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen schrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal schrijven bijzin, toekomende tijd
af zou schrijven bijzin, voorwaardelijk
af zouden schrijven bijzin, voorwaardelijk
af zoudt schrijven bijzin, voorwaardelijk
af zullen schrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen schrijven bijzin, toekomende tijd
af zult schrijven bijzin, toekomende tijd
afgeschreven verleden tijd, deelwoord
afgeschreven te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeschreven te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeschreven te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeschreven te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeschreven te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeschreven worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeschreven zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeschreven zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeschreven zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeschreven zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afschreef bijzin, verleden tijd
afschreven bijzin, verleden tijd
afschrijf bijzin, tegenwoordige tijd
afschrijft bijzin, tegenwoordige tijd
afschrijvend onvoltooid, deelwoord
ben afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgeschreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgeschreven impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgeschreven impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgeschreven impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgeschreven worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgeschreven zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgeschreven worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgeschreven zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeschreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schreef af verleden tijd
schrijf af gebiedende wijs
te hebben afgeschreven actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afschrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgeschreven voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgeschreven voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgeschreven voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgeschreven enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afschrijven bijzin, toekomende tijd
zijn afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgeschreven voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afschrijven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afschrijven af zou(dt) schrijven bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afschrijven bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeschreven hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeschreven zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afschrijven bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgeschreven worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeschreven zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afschrijven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afschrijven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afschrijven bijzin, toekomende tijd
zult afgeschreven hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en schrijven ww

Woordfamilie van afschrijven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeschreven voltooid deelwoord afschrijven
afschreef subordinate-clause, verleden tijd afschrijven
afschreven subordinate-clause, verleden tijd afschrijven
afschrijf subordinate-clause, tegenwoordige tijd afschrijven
afschrijft subordinate-clause, tegenwoordige tijd afschrijven
afschrijve with-subordinate-clause afschrijven
afschrijvend onvoltooid deelwoord afschrijven
afschrijvende woordvorm afschrijven
schreef af verleden tijd afschrijven
schreven af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afschrijven
schrijf af gebiedende wijs afschrijven
schrijft af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afschrijven
schrijve af woordvorm afschrijven
schrijven af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afschrijven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afschrijven zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over afschrijven

Hoe spreek je afschrijven uit?
De uitspraak van afschrijven is: /ˈɑfsxrɛivə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent afschrijven?
Afschrijven is een werkwoord. Het woord betekent: een afschrift maken, met de hand kopiëren. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je afschrijven?
Je vervoegt afschrijven als volgt: het voltooid deelwoord is afgeschreven. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afschrijven is 29 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. R 2
  7. I 1
  8. J 4
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 29 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afschrijven levert met Wordfeud minimaal 30 en maximaal 120 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. R 2
  7. I 2
  8. J 4
  9. V 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 30 zonder bonus
  13. 120 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afschrijven in het kort

afschrijven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van afschrijven zijn 89 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afschrijven bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afschrijven: een afschrift maken, met de hand kopiëren
Deel afschrijven — standaardnederlands.nl