afvoerput
zelfstandig naamwoord ˈɑfurpʏtBetekenis
- put voor het lozen van afvalwater vaak aan de bovenkant voorzien van een rooster
- iets of iemand waar men alle vervelende zaken naartoe leidt
Hoe spreek je afvoerput uit?
/ˈɑfurpʏt/
Afvoerput bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| u | boek |
| r | rood |
| p | pak |
| ʏ | put |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| afvoerputje | verkleinwoord, enkelvoud |
| afvoerputjes | verkleinwoord, meervoud |
| afvoerputten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van afvoer ww en put
Woordfamilie van afvoerput
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| afvoerputje | verkleinwoord | afvoerput |
| afvoerputjes | verkleinwoord meervoud | afvoerput |
| afvoerputten | meervoud | afvoerput |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afvoerput zijn vastgelegd.