aftrek
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈɑftrɛkBetekenis
- een bedrag dat ergens afgetrokken wordt
- het in getal verminderen van iets
- in trek zijn, populair zijn, van dingen die worden aangeboden, verkocht
- de actie van het iets verminderen
Hoe spreek je aftrek uit?
/ˈɑftrɛk/
Aftrek bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| t | tak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aftrekken
Vervoeging van aftrek
aftrekhele werkwoord