aftrekker
zelfstandig naamwoord ˈɑftrɛkərBetekenis
- rubberen wisser aan een steel om overtollig water van een glad oppervlak te verwijderen na het schoonmaken
- iemand die gebruik maakt van aftrekposten bij het betalen van de belastingen
- man die zichzelf seksueel bevredigt
Hoe spreek je aftrekker uit?
/ˈɑftrɛkər/
Aftrekker bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| t | tak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aftrekkers | meervoud |
| aftrekkertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aftrekkertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van aftrekken met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van aftrekker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aftrekkers | meervoud | aftrekker |
| aftrekkertje | verkleinwoord | aftrekker |
| aftrekkertjes | verkleinwoord meervoud | aftrekker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aftrekker zijn vastgelegd.