Naar de inhoud

afschermen

beschermen door het verborgen te houden

afschermen

werkwoord

Betekenis

  1. beschermen door het verborgen te houden
  2. met een scherm scheiden, omsluiten

Vervoeging van afschermen

afschermenhele werkwoord — schermde afverleden tijd enkelvoud — schermden afverleden tijd meervoud — afgeschermdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik scherm af schermde af
jij schermt af schermde af
hij, zij, het schermt af schermde af
wij schermen af schermden af
jullie schermen af schermden af
zij schermen af schermden af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te schermen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen schermen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal schermen bijzin, toekomende tijd
af zou schermen bijzin, voorwaardelijk
af zouden schermen bijzin, voorwaardelijk
af zoudt schermen bijzin, voorwaardelijk
af zullen schermen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen schermen bijzin, toekomende tijd
af zult schermen bijzin, toekomende tijd
afgeschermd verleden tijd, deelwoord
afgeschermd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeschermd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeschermd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeschermd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeschermd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeschermd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeschermd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeschermd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeschermd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeschermd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afscherm bijzin, tegenwoordige tijd
afschermde bijzin, verleden tijd
afschermden bijzin, verleden tijd
afschermend onvoltooid, deelwoord
afschermt bijzin, tegenwoordige tijd
ben afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgeschermd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgeschermd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgeschermd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgeschermd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgeschermd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgeschermd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgeschermd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgeschermd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgeschermd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeschermd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeschermd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeschermd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeschermd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeschermd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeschermd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeschermd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
scherm af gebiedende wijs
schermde af verleden tijd
te hebben afgeschermd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afschermen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgeschermd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeschermd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgeschermd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeschermd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgeschermd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgeschermd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgeschermd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgeschermd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgeschermd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeschermd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeschermd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgeschermd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeschermd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgeschermd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeschermd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afschermen bijzin, toekomende tijd
zijn afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgeschermd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgeschermd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeschermd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeschermd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgeschermd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeschermd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgeschermd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeschermd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeschermd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeschermd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afschermen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afschermen af zou(dt) schermen bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeschermd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeschermd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeschermd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeschermd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgeschermd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgeschermd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeschermd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeschermd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeschermd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afschermen bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeschermd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeschermd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeschermd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afschermen bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeschermd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeschermd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeschermd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeschermd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgeschermd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgeschermd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeschermd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeschermd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeschermd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afschermen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afschermen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afschermen bijzin, toekomende tijd
zult afgeschermd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en schermen ww

Woordfamilie van afschermen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeschermd voltooid deelwoord afschermen
afscherm subordinate-clause, tegenwoordige tijd afschermen
afschermde subordinate-clause, verleden tijd afschermen
afschermden subordinate-clause, verleden tijd afschermen
afscherme with-subordinate-clause afschermen
afschermend onvoltooid deelwoord afschermen
afschermende woordvorm afschermen
afschermt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afschermen
scherm af gebiedende wijs afschermen
schermde af verleden tijd afschermen
schermden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afschermen
scherme af woordvorm afschermen
schermen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afschermen
schermt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afschermen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afschermen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over afschermen

Wat is de betekenis van afschermen?
Afschermen is een werkwoord. De betekenis is: beschermen door het verborgen te houden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik afschermen?
Zo vervoeg je afschermen zo: het voltooid deelwoord is afgeschermd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afschermen is 24 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afschermen levert met Wordfeud minimaal 24 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. M 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 24 zonder bonus
  12. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afschermen in het kort

afschermen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van afschermen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort afschermen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

afschermen: beschermen door het verborgen te houden
Deel afschermen — standaardnederlands.nl