Naar de inhoud

afschaffen

tot een einde brengen

afschaffen

werkwoord ˈɑfsxɑfə(n)

Betekenis

  1. tot een einde brengen

Hoe spreek je afschaffen uit?

/ˈɑfsxɑfən/

Afschaffen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfsxɑfən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
s sok
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van afschaffen

afschaffenhele werkwoord — schafte afverleden tijd enkelvoud — schaften afverleden tijd meervoud — afgeschaftvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schaf af schafte af
jij schaft af schafte af
hij, zij, het schaft af schafte af
wij schaffen af schaften af
jullie schaffen af schaften af
zij schaffen af schaften af
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
af te schaffen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen schaffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal schaffen bijzin, toekomende tijd
af zou schaffen bijzin, voorwaardelijk
af zouden schaffen bijzin, voorwaardelijk
af zoudt schaffen bijzin, voorwaardelijk
af zullen schaffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen schaffen bijzin, toekomende tijd
af zult schaffen bijzin, toekomende tijd
afgeschaft verleden tijd, deelwoord
afgeschaft te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeschaft te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
afgeschaft te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeschaft te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeschaft te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeschaft worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeschaft zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
afgeschaft zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeschaft zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
afgeschaft zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afschaf bijzin, tegenwoordige tijd
afschaffend onvoltooid, deelwoord
afschaft bijzin, tegenwoordige tijd
afschafte bijzin, verleden tijd
afschaften bijzin, verleden tijd
ben afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is afgeschaft impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgeschaft impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgeschaft impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgeschaft impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgeschaft worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgeschaft zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgeschaft worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgeschaft zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgeschaft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeschaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeschaft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeschaft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeschaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeschaft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeschaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeschaft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schaf af gebiedende wijs
schafte af verleden tijd
te hebben afgeschaft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afschaffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart afgeschaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeschaft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren afgeschaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren afgeschaft voltooid, verleden tijd, derde persoon
was afgeschaft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was afgeschaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was afgeschaft voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt afgeschaft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal afgeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afgeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal afgeschaft zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeschaft zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afschaffen bijzin, toekomende tijd
zijn afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt afgeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou afgeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afgeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou afgeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afschaffen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afschaffen af zou(dt) schaffen bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afgeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afgeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afgeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afschaffen bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afgeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afschaffen bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afgeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afgeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afgeschaft zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeschaft zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeschaft zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afschaffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afschaffen bijzin, toekomende tijd
zult afgeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van af bw en schaffen ww

Woordfamilie van afschaffen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeschaft voltooid deelwoord afschaffen
afgeschafte woordvorm afschaffen
afschaf subordinate-clause, tegenwoordige tijd afschaffen
afschaffe with-subordinate-clause afschaffen
afschaffend onvoltooid deelwoord afschaffen
afschaffende woordvorm afschaffen
afschaft subordinate-clause, tegenwoordige tijd afschaffen
afschafte subordinate-clause, verleden tijd afschaffen
afschaften subordinate-clause, verleden tijd afschaffen
schaf af gebiedende wijs afschaffen
schaffe af woordvorm afschaffen
schaffen af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afschaffen
schaft af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afschaffen
schafte af verleden tijd afschaffen
schaften af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afschaffen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afschaffen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over afschaffen

Hoe spreek je afschaffen uit?
De uitspraak van afschaffen is: /ˈɑfsxɑfə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent afschaffen?
Afschaffen is een werkwoord. Het woord betekent: tot een einde brengen.
Hoe vervoeg je afschaffen?
Je vervoegt afschaffen als volgt: het voltooid deelwoord is afgeschaft. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afschaffen is 27 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. A 1
  7. F 4
  8. F 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 27 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afschaffen levert met Wordfeud minimaal 27 en maximaal 111 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. S 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. A 1
  7. F 4
  8. F 4
  9. E 1
  10. N 1
  11. 27 zonder bonus
  12. 111 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afschaffen in het kort

afschaffen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van afschaffen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afschaffen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afschaffen: tot een einde brengen
Deel afschaffen — standaardnederlands.nl