Naar de inhoud

afleiden

de aandacht van iemand naar een ander onderwerp laten gaan

afleiden

werkwoord ˈɑflɛidə(n)

Betekenis

  1. de aandacht van iemand naar een ander onderwerp laten gaan
  2. uit: begrijpen, concluderen

Hoe spreek je afleiden uit?

/ˈɑflɛidən/

Afleiden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑflɛidən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
l land
ɛi trein
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. ~ uit: begrijpen, concluderen

Vervoeging van afleiden

afleidenhele werkwoord — leidde afverleden tijd enkelvoud — leidden afverleden tijd meervoud — afgeleidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik leid af leidde af
jij leidt af leidde af
hij, zij, het leidt af leidde af
wij leiden af leidden af
jullie leiden af leidden af
zij leiden af leidden af
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
af te leiden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen leiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal leiden bijzin, toekomende tijd
af zou leiden bijzin, voorwaardelijk
af zouden leiden bijzin, voorwaardelijk
af zoudt leiden bijzin, voorwaardelijk
af zullen leiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen leiden bijzin, toekomende tijd
af zult leiden bijzin, toekomende tijd
afgeleid verleden tijd, deelwoord
afgeleid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgeleid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afleid bijzin, tegenwoordige tijd
afleidde bijzin, verleden tijd
afleidden bijzin, verleden tijd
afleidend onvoltooid, deelwoord
afleidt bijzin, tegenwoordige tijd
er is afgeleid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was afgeleid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd afgeleid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt afgeleid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal afgeleid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal afgeleid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou afgeleid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou afgeleid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had afgeleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgeleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgeleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgeleid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgeleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgeleid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgeleid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgeleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeleid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgeleid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgeleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgeleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgeleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeleid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgeleid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
leid af gebiedende wijs
leidde af verleden tijd
te hebben afgeleid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afleiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal afgeleid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgeleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgeleid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afleiden bijzin, toekomende tijd
zou afgeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afleiden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afleiden af zou(dt) leiden bijzin, voorwaardelijk
zouden afgeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afleiden bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgeleid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afleiden bijzin, voorwaardelijk
zullen afgeleid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgeleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgeleid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afleiden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afleiden bijzin, toekomende tijd
zult afgeleid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afleiden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult afleiden bijzin, toekomende tijd
zult/zal afleiden af zult/zal leiden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van af bw en leiden ww

Woordfamilie van afleiden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgeleid voltooid deelwoord afleiden
afleid subordinate-clause, tegenwoordige tijd afleiden
afleidde subordinate-clause, verleden tijd afleiden
afleidden subordinate-clause, verleden tijd afleiden
afleide with-subordinate-clause afleiden
afleidend onvoltooid deelwoord afleiden
afleidende woordvorm afleiden
afleidt subordinate-clause, tegenwoordige tijd afleiden
leid af gebiedende wijs afleiden
leidde af verleden tijd afleiden
leidden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afleiden
leide af woordvorm afleiden
leiden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afleiden
leidt af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afleiden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afleiden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over afleiden

Hoe spreek je afleiden uit?
De uitspraak van afleiden is: /ˈɑflɛidə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent afleiden?
Afleiden is een werkwoord. Het woord betekent: de aandacht van iemand naar een ander onderwerp laten gaan. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je afleiden?
Je vervoegt afleiden als volgt: het voltooid deelwoord is afgeleid. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afleiden is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. L 3
  4. E 1
  5. I 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afleiden levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. L 3
  4. E 1
  5. I 2
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 zonder bonus
  10. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afleiden in het kort

afleiden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van afleiden zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afleiden bij een woordfamilie van 14 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afleiden: de aandacht van iemand naar een ander onderwerp laten gaan
Deel afleiden — standaardnederlands.nl