Naar de inhoud

afkalven

geleidelijk land verliezen doordat de oever in het water verzakt

afkalven

werkwoord ˈɑfkɑlvə(n)

Betekenis

  1. geleidelijk land verliezen doordat de oever in het water verzakt

Hoe spreek je afkalven uit?

/ˈɑfkɑlvən/

Afkalven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɑfkɑlvən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɑ bad
f fiets
k kat
l land
v vis
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. bevallen van een jong unergative

Vervoeging van afkalven

afkalvenhele werkwoord — kalfde afverleden tijd enkelvoud — kalfden afverleden tijd meervoud — afgekalfdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik kalf af kalfde af
jij kalft af kalfde af
hij, zij, het kalft af kalfde af
wij kalven af kalfden af
jullie kalven af kalfden af
zij kalven af kalfden af
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
af te kalven actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
af te zullen kalven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
af zal kalven bijzin, toekomende tijd
af zou kalven bijzin, voorwaardelijk
af zouden kalven bijzin, voorwaardelijk
af zoudt kalven bijzin, voorwaardelijk
af zullen kalven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
af zullen kalven bijzin, toekomende tijd
af zult kalven bijzin, toekomende tijd
afgekalfd verleden tijd, deelwoord
afgekalfd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
afgekalfd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
afkalf bijzin, tegenwoordige tijd
afkalfde bijzin, verleden tijd
afkalfden bijzin, verleden tijd
afkalft bijzin, tegenwoordige tijd
afkalvend onvoltooid, deelwoord
ev. gebiedende wijs
had afgekalfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had afgekalfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had afgekalfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden afgekalfd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden afgekalfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden afgekalfd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt afgekalfd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb afgekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgekalfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben afgekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben afgekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben afgekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt afgekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft afgekalfd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
kalf af gebiedende wijs
kalfde af verleden tijd
te hebben afgekalfd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen afkalven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal afgekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal afgekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal afgekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal afkalven bijzin, toekomende tijd
zou afgekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou afgekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou afgekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou afkalven bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) afkalven af zou(dt) kalven bijzin, voorwaardelijk
zouden afgekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden afgekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden afgekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden afkalven bijzin, voorwaardelijk
zoudt afgekalfd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt afkalven bijzin, voorwaardelijk
zullen afgekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen afgekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen afgekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen afkalven actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen afkalven bijzin, toekomende tijd
zult afgekalfd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult afkalven aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult afkalven bijzin, toekomende tijd
zult/zal afkalven af zult/zal kalven bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van af bw en kalven ww **[1] in de betekenis van ‘afbrokkelen (van aarden wanden)’ aangetroffen vanaf 1578

Woordfamilie van afkalven

Woordvorm Relatie Afgeleid van
afgekalfd voltooid deelwoord afkalven
afgekalfde woordvorm afkalven
afkalf subordinate-clause, tegenwoordige tijd afkalven
afkalfde subordinate-clause, verleden tijd afkalven
afkalfden subordinate-clause, verleden tijd afkalven
afkalft subordinate-clause, tegenwoordige tijd afkalven
afkalve with-subordinate-clause afkalven
afkalvend onvoltooid deelwoord afkalven
afkalvende woordvorm afkalven
kalf af gebiedende wijs afkalven
kalfde af verleden tijd afkalven
kalfden af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon afkalven
kalft af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon afkalven
kalve af woordvorm afkalven
kalven af aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon afkalven

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van afkalven zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over afkalven

Hoe spreek je afkalven uit?
De uitspraak van afkalven is: /ˈɑfkɑlvə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent afkalven?
Afkalven is een werkwoord. Het woord betekent: geleidelijk land verliezen doordat de oever in het water verzakt. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je afkalven?
Je vervoegt afkalven als volgt: het voltooid deelwoord is afgekalfd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord afkalven is 18 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. F 4
  3. K 3
  4. A 1
  5. L 3
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

afkalven levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. F 4
  3. K 3
  4. A 1
  5. L 3
  6. V 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 18 zonder bonus
  10. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (F) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

afkalven in het kort

afkalven staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van afkalven zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort afkalven bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

afkalven: geleidelijk land verliezen doordat de oever in het water verzakt
Deel afkalven — standaardnederlands.nl