ader
zelfstandig naamwoord, werkwoord adərBetekenis
- een vat waardoor zuurstofarm bloed vanuit de weefsels naar het hart beweegt
- een langgerekt lichaam erts te midden van het gesteente
- bochtige, kronkelige streep in hout (nerf), marmer etc.
- een met een isolerende stof omgeven geleider in een kabel
Hoe spreek je ader uit?
/adər/
Ader bestaat uit twee lettergrepen.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aderen, aders | meervoud |
| adertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| adertjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aderen
- gebiedende wijs van aderen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aderen
Vervoeging van ader
aderhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bloedvat’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Woordfamilie van ader
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aders | meervoud | ader |
| adertje | verkleinwoord | ader |
| adertjes | verkleinwoord meervoud | ader |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ader zijn vastgelegd.