abt
zelfstandig naamwoord ɑptBetekenis
- het hoofd van een abdij
Hoe spreek je abt uit?
/ɑpt/
Abt bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɑ | bad |
| p | pak |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| abten | meervoud |
| abtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| abtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘overste van monnikenklooster’ voor het eerst aangetroffen in 1220
Woordfamilie van abt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| abten | meervoud | abt |
| abtje | verkleinwoord | abt |
| abtjes | verkleinwoord meervoud | abt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van abt zijn vastgelegd.