aanzuiveren
werkwoordBetekenis
- het nog schuldige betalen
Vervoeging van aanzuiveren
aanzuiverenhele werkwoord — zuiverde aanverleden tijd enkelvoud — zuiverden aanverleden tijd meervoud — aangezuiverdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zuiver aan | zuiverde aan |
| jij | zuivert aan | zuiverde aan |
| hij, zij, het | zuivert aan | zuiverde aan |
| wij | zuiveren aan | zuiverden aan |
| jullie | zuiveren aan | zuiverden aan |
| zij | zuiveren aan | zuiverden aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te zuiveren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen zuiveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal zuiveren | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou zuiveren | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden zuiveren | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt zuiveren | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen zuiveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen zuiveren | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult zuiveren | bijzin, toekomende tijd |
| aangezuiverd | verleden tijd, deelwoord |
| aangezuiverd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangezuiverd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangezuiverd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangezuiverd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangezuiverd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangezuiverd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangezuiverd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangezuiverd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangezuiverd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangezuiverd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanzuiver | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanzuiverde | bijzin, verleden tijd |
| aanzuiverden | bijzin, verleden tijd |
| aanzuiverend | onvoltooid, deelwoord |
| aanzuivert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangezuiverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangezuiverd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangezuiverd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangezuiverd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangezuiverd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangezuiverd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangezuiverd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangezuiverd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangezuiverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangezuiverd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanzuiveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangezuiverd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangezuiverd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangezuiverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangezuiverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanzuiveren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangezuiverd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanzuiveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanzuiveren aan zou(dt) zuiveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanzuiveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangezuiverd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangezuiverd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanzuiveren | bijzin, voorwaardelijk |
| zuiver aan | gebiedende wijs |
| zuiverde aan | verleden tijd |
| zullen aangezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangezuiverd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangezuiverd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangezuiverd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangezuiverd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanzuiveren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanzuiveren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanzuiveren | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangezuiverd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en zuiveren ww
Woordfamilie van aanzuiveren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangezuiverd | voltooid deelwoord | aanzuiveren |
| aangezuiverde | woordvorm | aanzuiveren |
| aanzuiver | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanzuiveren |
| aanzuiverde | subordinate-clause, verleden tijd | aanzuiveren |
| aanzuiverden | subordinate-clause, verleden tijd | aanzuiveren |
| aanzuivere | with-subordinate-clause | aanzuiveren |
| aanzuiverend | onvoltooid deelwoord | aanzuiveren |
| aanzuiverende | woordvorm | aanzuiveren |
| aanzuivert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanzuiveren |
| zuiver aan | gebiedende wijs | aanzuiveren |
| zuiverde aan | verleden tijd | aanzuiveren |
| zuiverden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanzuiveren |
| zuivere aan | woordvorm | aanzuiveren |
| zuiveren aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanzuiveren |
| zuivert aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanzuiveren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanzuiveren zijn vastgelegd.