aanzuigen
werkwoord /ˈanzœʏɣə(n)/Betekenis
- door zuiging of ventilatie een stof in de richting van de zuiging doen bewegen
Hoe spreek je aanzuigen uit?
/ˈanzœyxən/
Aanzuigen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| z | zon |
| œy | huis |
| x | acht |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanzuigen
aanzuigenhele werkwoord — zoog aanverleden tijd enkelvoud — zogen aanverleden tijd meervoud — aangezogenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zuig aan | zoog aan |
| jij | zuigt aan | zoog aan |
| hij, zij, het | zuigt aan | zoog aan |
| wij | zuigen aan | zogen aan |
| jullie | zuigen aan | zogen aan |
| zij | zuigen aan | zogen aan |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te zuigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen zuigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal zuigen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou zuigen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden zuigen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt zuigen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen zuigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen zuigen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult zuigen | bijzin, toekomende tijd |
| aangezogen | verleden tijd, deelwoord |
| aangezogen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangezogen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangezogen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangezogen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangezogen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangezogen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangezogen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangezogen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangezogen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangezogen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanzogen | bijzin, verleden tijd |
| aanzoog | bijzin, verleden tijd |
| aanzoogt | bijzin, verleden tijd |
| aanzuig | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanzuigend | onvoltooid, deelwoord |
| aanzuigt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangezogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangezogen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangezogen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangezogen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangezogen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangezogen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangezogen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangezogen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangezogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangezogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangezogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangezogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangezogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangezogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangezogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangezogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangezogen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanzuigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangezogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangezogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangezogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangezogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangezogen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangezogen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangezogen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangezogen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangezogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangezogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangezogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangezogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanzuigen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangezogen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zoog aan | verleden tijd |
| zou aangezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangezogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangezogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangezogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangezogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangezogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangezogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanzuigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanzuigen aan zou(dt) zuigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangezogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangezogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangezogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangezogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangezogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangezogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanzuigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangezogen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangezogen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangezogen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanzuigen | bijzin, voorwaardelijk |
| zuig aan | gebiedende wijs |
| zullen aangezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangezogen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangezogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangezogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangezogen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangezogen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangezogen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangezogen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanzuigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanzuigen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanzuigen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van aan vz en zuigen ww
Woordfamilie van aanzuigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangezogen | voltooid deelwoord | aanzuigen |
| aanzogen | subordinate-clause, verleden tijd | aanzuigen |
| aanzoog | subordinate-clause, verleden tijd | aanzuigen |
| aanzuig | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanzuigen |
| aanzuige | with-subordinate-clause | aanzuigen |
| aanzuigend | onvoltooid deelwoord | aanzuigen |
| aanzuigende | woordvorm | aanzuigen |
| aanzuigt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanzuigen |
| zogen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanzuigen |
| zoog aan | verleden tijd | aanzuigen |
| zuig aan | gebiedende wijs | aanzuigen |
| zuige aan | woordvorm | aanzuigen |
| zuigen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanzuigen |
| zuigt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanzuigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanzuigen zijn vastgelegd.