aanvegen
werkwoord ˈaɱveɣə(n)Betekenis
- vegend reinigen
Hoe spreek je aanvegen uit?
/ˈamvexən/
Aanvegen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| v | vis |
| e | veel |
| x | acht |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanvegen
aanvegenhele werkwoord — veegde aanverleden tijd enkelvoud — veegden aanverleden tijd meervoud — aangeveegdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | veeg aan | veegde aan |
| jij | veegt aan | veegde aan |
| hij, zij, het | veegt aan | veegde aan |
| wij | vegen aan | veegden aan |
| jullie | vegen aan | veegden aan |
| zij | vegen aan | veegden aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te vegen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen vegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal vegen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou vegen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden vegen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt vegen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen vegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen vegen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult vegen | bijzin, toekomende tijd |
| aangeveegd | verleden tijd, deelwoord |
| aangeveegd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeveegd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeveegd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeveegd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeveegd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeveegd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeveegd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeveegd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeveegd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeveegd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanveeg | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanveegde | bijzin, verleden tijd |
| aanveegden | bijzin, verleden tijd |
| aanveegt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanvegend | onvoltooid, deelwoord |
| ben aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangeveegd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangeveegd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangeveegd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangeveegd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangeveegd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangeveegd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangeveegd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangeveegd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangeveegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangeveegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangeveegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangeveegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangeveegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangeveegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangeveegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeveegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangeveegd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanvegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veeg aan | gebiedende wijs |
| veegde aan | verleden tijd |
| waart aangeveegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeveegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangeveegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeveegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangeveegd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangeveegd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangeveegd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangeveegd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangeveegd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeveegd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanvegen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangeveegd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeveegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeveegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeveegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanvegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanvegen aan zou(dt) vegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeveegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeveegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeveegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanvegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangeveegd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeveegd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanvegen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangeveegd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeveegd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeveegd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeveegd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanvegen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanvegen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanvegen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangeveegd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en vegen ww
Woordfamilie van aanvegen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangeveegd | voltooid deelwoord | aanvegen |
| aangeveegde | woordvorm | aanvegen |
| aanveeg | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanvegen |
| aanveegde | subordinate-clause, verleden tijd | aanvegen |
| aanveegden | subordinate-clause, verleden tijd | aanvegen |
| aanveegt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanvegen |
| aanvege | with-subordinate-clause | aanvegen |
| aanvegend | onvoltooid deelwoord | aanvegen |
| aanvegende | woordvorm | aanvegen |
| veeg aan | gebiedende wijs | aanvegen |
| veegde aan | verleden tijd | aanvegen |
| veegden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanvegen |
| veegt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanvegen |
| vege aan | woordvorm | aanvegen |
| vegen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanvegen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanvegen zijn vastgelegd.