Naar de inhoud

aanvechten

betwisten

aanvechten

werkwoord ˈaɱvɛxtə(n)

Betekenis

  1. betwisten

Hoe spreek je aanvechten uit?

/ˈamvɛxtən/

Aanvechten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈamvɛxtən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
v vis
ɛ bed
x acht
t tak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanvechten

aanvechtenhele werkwoord — vocht aanverleden tijd enkelvoud — vochten aanverleden tijd meervoud — aangevochtenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vecht aan vocht aan
jij vecht aan vocht aan
hij, zij, het vecht aan vocht aan
wij vechten aan vochten aan
jullie vechten aan vochten aan
zij vechten aan vochten aan
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te vechten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen vechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal vechten bijzin, toekomende tijd
aan zou vechten bijzin, voorwaardelijk
aan zouden vechten bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt vechten bijzin, voorwaardelijk
aan zullen vechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen vechten bijzin, toekomende tijd
aan zult vechten bijzin, toekomende tijd
aangevochten verleden tijd, deelwoord
aangevochten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangevochten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangevochten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevochten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevochten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangevochten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangevochten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangevochten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangevochten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangevochten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanvecht bijzin, tegenwoordige tijd
aanvechtend onvoltooid, deelwoord
aanvocht bijzin, verleden tijd
aanvochten bijzin, verleden tijd
ben aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangevochten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangevochten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangevochten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangevochten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangevochten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangevochten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangevochten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangevochten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangevochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangevochten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanvechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vecht aan gebiedende wijs
vocht aan verleden tijd
waart aangevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangevochten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangevochten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangevochten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangevochten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangevochten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangevochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangevochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangevochten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangevochten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanvechten bijzin, toekomende tijd
zijn aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangevochten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanvechten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanvechten aan zou(dt) vechten bijzin, voorwaardelijk
zouden aangevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanvechten bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangevochten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangevochten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanvechten bijzin, voorwaardelijk
zullen aangevochten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangevochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangevochten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangevochten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangevochten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangevochten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanvechten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanvechten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanvechten bijzin, toekomende tijd
zult aangevochten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aangevochten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en vechten ww

Woordfamilie van aanvechten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangevochten voltooid deelwoord aanvechten
aanvecht subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanvechten
aanvechte with-subordinate-clause aanvechten
aanvechtend onvoltooid deelwoord aanvechten
aanvechtende woordvorm aanvechten
aanvocht subordinate-clause, verleden tijd aanvechten
aanvochten subordinate-clause, verleden tijd aanvechten
vecht aan gebiedende wijs aanvechten
vechte aan woordvorm aanvechten
vechten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanvechten
vocht aan verleden tijd aanvechten
vochten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanvechten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanvechten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over aanvechten

Hoe spreek je aanvechten uit?
De uitspraak van aanvechten is: /ˈaɱvɛxtə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanvechten?
Aanvechten is een werkwoord. Het woord betekent: betwisten.
Hoe vervoeg je aanvechten?
Je vervoegt aanvechten als volgt: het voltooid deelwoord is aangevochten. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanvechten is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanvechten levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 93 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. E 1
  6. C 5
  7. H 4
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 21 zonder bonus
  12. 93 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanvechten in het kort

aanvechten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aanvechten zijn 86 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanvechten bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanvechten: betwisten
Deel aanvechten — standaardnederlands.nl