Naar de inhoud

aanspoelen

met het water meedrijven en vervolgens aan land komen te liggen

aanspoelen

werkwoord ˈanspulə(n)

Betekenis

  1. met het water meedrijven en vervolgens aan land komen te liggen
  2. vormen door aanslibbing

Hoe spreek je aanspoelen uit?

/ˈanspulən/

Aanspoelen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanspulən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
p pak
u boek
l land
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanspoelen

aanspoelenhele werkwoord — spoelde aanverleden tijd enkelvoud — spoelden aanverleden tijd meervoud — aangespoeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spoel aan spoelde aan
jij spoelt aan spoelde aan
hij, zij, het spoelt aan spoelde aan
wij spoelen aan spoelden aan
jullie spoelen aan spoelden aan
zij spoelen aan spoelden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te spoelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen spoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal spoelen bijzin, toekomende tijd
aan zou spoelen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden spoelen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt spoelen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen spoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen spoelen bijzin, toekomende tijd
aan zult spoelen bijzin, toekomende tijd
aangespoeld verleden tijd, deelwoord
aangespoeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangespoeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangespoeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangespoeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangespoeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangespoeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangespoeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangespoeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangespoeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangespoeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanspoel bijzin, tegenwoordige tijd
aanspoelde bijzin, verleden tijd
aanspoelden bijzin, verleden tijd
aanspoelend onvoltooid, deelwoord
aanspoelt bijzin, tegenwoordige tijd
ben aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangespoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangespoeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangespoeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangespoeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangespoeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangespoeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangespoeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangespoeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangespoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangespoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangespoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangespoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangespoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spoel aan gebiedende wijs
spoelde aan verleden tijd
te hebben aangespoeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanspoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangespoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangespoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangespoeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangespoeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangespoeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangespoeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangespoeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangespoeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanspoelen bijzin, toekomende tijd
zijn aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangespoeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanspoelen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanspoelen aan zou(dt) spoelen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanspoelen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangespoeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangespoeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanspoelen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangespoeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangespoeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangespoeld zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangespoeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanspoelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanspoelen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanspoelen bijzin, toekomende tijd
zult aangespoeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en spoelen ww

Woordfamilie van aanspoelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangespoeld voltooid deelwoord aanspoelen
aangespoelde woordvorm aanspoelen
aanspoel subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanspoelen
aanspoelde subordinate-clause, verleden tijd aanspoelen
aanspoelden subordinate-clause, verleden tijd aanspoelen
aanspoele with-subordinate-clause aanspoelen
aanspoelend onvoltooid deelwoord aanspoelen
aanspoelende woordvorm aanspoelen
aanspoelt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanspoelen
spoel aan gebiedende wijs aanspoelen
spoelde aan verleden tijd aanspoelen
spoelden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanspoelen
spoele aan woordvorm aanspoelen
spoelen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanspoelen
spoelt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanspoelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanspoelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanspoelen

Hoe spreek je aanspoelen uit?
De uitspraak van aanspoelen is: /ˈanspulə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanspoelen?
Aanspoelen is een werkwoord. Het woord betekent: met het water meedrijven en vervolgens aan land komen te liggen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanspoelen?
Je vervoegt aanspoelen als volgt: het voltooid deelwoord is aangespoeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanspoelen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. P 3
  6. O 1
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanspoelen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. P 4
  6. O 1
  7. E 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 zonder bonus
  12. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanspoelen in het kort

aanspoelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanspoelen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanspoelen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanspoelen: met het water meedrijven en vervolgens aan land komen te liggen
Deel aanspoelen — standaardnederlands.nl