Naar de inhoud

aansporen

nadrukkelijk aanzetten tot een bepaalde actie

aansporen

werkwoord ˈansporə(n)

Betekenis

  1. nadrukkelijk aanzetten tot een bepaalde actie

Hoe spreek je aansporen uit?

/ˈansporən/

Aansporen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈansporən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
p pak
o boot
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aansporen

aansporenhele werkwoord — spoorde aanverleden tijd enkelvoud — spoorden aanverleden tijd meervoud — aangespoordvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik spoor aan spoorde aan
jij spoort aan spoorde aan
hij, zij, het spoort aan spoorde aan
wij sporen aan spoorden aan
jullie sporen aan spoorden aan
zij sporen aan spoorden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te sporen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen sporen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal sporen bijzin, toekomende tijd
aan zou sporen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden sporen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt sporen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen sporen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen sporen bijzin, toekomende tijd
aan zult sporen bijzin, toekomende tijd
aangespoord verleden tijd, deelwoord
aangespoord te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangespoord te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangespoord te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangespoord te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangespoord te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangespoord worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangespoord zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangespoord zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangespoord zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangespoord zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanspoor bijzin, tegenwoordige tijd
aanspoorde bijzin, verleden tijd
aanspoorden bijzin, verleden tijd
aanspoort bijzin, tegenwoordige tijd
aansporend onvoltooid, deelwoord
ben aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangespoord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangespoord impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangespoord impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangespoord impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangespoord worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangespoord zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangespoord worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangespoord zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangespoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangespoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangespoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangespoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangespoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangespoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangespoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangespoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
spoor aan gebiedende wijs
spoorde aan verleden tijd
te hebben aangespoord actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aansporen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangespoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangespoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangespoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangespoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangespoord voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangespoord voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangespoord voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangespoord enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangespoord enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangespoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangespoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangespoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangespoord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangespoord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aansporen bijzin, toekomende tijd
zijn aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangespoord voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aansporen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aansporen aan zou(dt) sporen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aansporen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangespoord hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangespoord worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangespoord zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aansporen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangespoord hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangespoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangespoord hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangespoord worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangespoord zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangespoord zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangespoord zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aansporen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aansporen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aansporen bijzin, toekomende tijd
zult aangespoord hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan en sporen

Woordfamilie van aansporen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangespoord voltooid deelwoord aansporen
aangespoorde woordvorm aansporen
aanspoor subordinate-clause, tegenwoordige tijd aansporen
aanspoorde subordinate-clause, verleden tijd aansporen
aanspoorden subordinate-clause, verleden tijd aansporen
aanspoort subordinate-clause, tegenwoordige tijd aansporen
aanspore with-subordinate-clause aansporen
aansporend onvoltooid deelwoord aansporen
aansporende woordvorm aansporen
spoor aan gebiedende wijs aansporen
spoorde aan verleden tijd aansporen
spoorden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aansporen
spoort aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aansporen
spore aan woordvorm aansporen
sporen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aansporen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aansporen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aansporen

Hoe spreek ik aansporen uit?
Zo spreek je aansporen uit: /ˈansporə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aansporen?
Aansporen is een werkwoord. De betekenis is: nadrukkelijk aanzetten tot een bepaalde actie.
Hoe vervoeg ik aansporen?
Zo vervoeg je aansporen zo: het voltooid deelwoord is aangespoord. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aansporen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. P 3
  6. O 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aansporen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. P 4
  6. O 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aansporen in het kort

aansporen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aansporen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aansporen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aansporen: nadrukkelijk aanzetten tot een bepaalde actie
Deel aansporen — standaardnederlands.nl