Naar de inhoud

aanmunten

tot munt slaan

aanmunten

werkwoord /amʌntə(n)/

Betekenis

  1. tot munt slaan

Hoe spreek je aanmunten uit?

/amʌntən/

Aanmunten bestaat uit drie lettergrepen.

De tekens in /amʌntən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
n nek
t tak
ə de

Vervoeging van aanmunten

aanmuntenhele werkwoord — muntte aanverleden tijd enkelvoud — muntten aanverleden tijd meervoud — aangemuntvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik munt aan muntte aan
jij munt aan muntte aan
hij, zij, het munt aan muntte aan
wij munten aan muntten aan
jullie munten aan muntten aan
zij munten aan muntten aan
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te munten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen munten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal munten bijzin, toekomende tijd
aan zou munten bijzin, voorwaardelijk
aan zouden munten bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt munten bijzin, voorwaardelijk
aan zullen munten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen munten bijzin, toekomende tijd
aan zult munten bijzin, toekomende tijd
aangemunt verleden tijd, deelwoord
aangemunt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangemunt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangemunt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemunt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemunt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemunt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangemunt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangemunt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangemunt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangemunt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanmunt bijzin, tegenwoordige tijd
aanmuntend onvoltooid, deelwoord
aanmuntte bijzin, verleden tijd
aanmuntten bijzin, verleden tijd
ben aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangemunt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangemunt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangemunt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangemunt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangemunt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangemunt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangemunt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangemunt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangemunt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangemunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangemunt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangemunt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangemunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangemunt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangemunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangemunt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
munt aan gebiedende wijs
muntte aan verleden tijd
te hebben aangemunt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanmunten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangemunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangemunt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangemunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangemunt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangemunt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangemunt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangemunt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangemunt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangemunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangemunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangemunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangemunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangemunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangemunt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangemunt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemunt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangemunt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangemunt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemunt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanmunten bijzin, toekomende tijd
zijn aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangemunt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanmunten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanmunten aan zou(dt) munten bijzin, voorwaardelijk
zouden aangemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanmunten bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangemunt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangemunt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanmunten bijzin, voorwaardelijk
zullen aangemunt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangemunt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangemunt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangemunt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangemunt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangemunt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanmunten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanmunten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanmunten bijzin, toekomende tijd
zult aangemunt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aangemunt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en munten ww

Woordfamilie van aanmunten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangemunt voltooid deelwoord aanmunten
aangemunte woordvorm aanmunten
aanmunt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanmunten
aanmunte with-subordinate-clause aanmunten
aanmuntend onvoltooid deelwoord aanmunten
aanmuntende woordvorm aanmunten
aanmuntte subordinate-clause, verleden tijd aanmunten
aanmuntten subordinate-clause, verleden tijd aanmunten
munt aan gebiedende wijs aanmunten
munte aan woordvorm aanmunten
munten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanmunten
muntte aan verleden tijd aanmunten
muntten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanmunten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanmunten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanmunten

Hoe spreek ik aanmunten uit?
Zo spreek je aanmunten uit: /amʌntə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van aanmunten?
Aanmunten is een werkwoord. De betekenis is: tot munt slaan.
Hoe vervoeg ik aanmunten?
Zo vervoeg je aanmunten zo: het voltooid deelwoord is aangemunt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanmunten is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. U 4
  6. N 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanmunten levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. U 2
  6. N 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanmunten in het kort

aanmunten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aanmunten staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanmunten bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanmunten: tot munt slaan
Deel aanmunten — standaardnederlands.nl