aanmonsteren
werkwoord ˈanmɔnstərə(n)Betekenis
- dienst nemen op een schip
Hoe spreek je aanmonsteren uit?
/ˈanmɔnstərən/
Aanmonsteren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| m | maan |
| ɔ | bot |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanmonsteren
aanmonsterenhele werkwoord — monsterde aanverleden tijd enkelvoud — monsterden aanverleden tijd meervoud — aangemonsterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | monster aan | monsterde aan |
| jij | monstert aan | monsterde aan |
| hij, zij, het | monstert aan | monsterde aan |
| wij | monsteren aan | monsterden aan |
| jullie | monsteren aan | monsterden aan |
| zij | monsteren aan | monsterden aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te monsteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen monsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal monsteren | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou monsteren | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden monsteren | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt monsteren | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen monsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen monsteren | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult monsteren | bijzin, toekomende tijd |
| aangemonsterd | verleden tijd, deelwoord |
| aangemonsterd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangemonsterd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangemonsterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangemonsterd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangemonsterd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangemonsterd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangemonsterd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangemonsterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangemonsterd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangemonsterd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanmonster | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanmonsterde | bijzin, verleden tijd |
| aanmonsterden | bijzin, verleden tijd |
| aanmonsterend | onvoltooid, deelwoord |
| aanmonstert | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangemonsterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangemonsterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangemonsterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangemonsterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangemonsterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangemonsterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangemonsterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangemonsterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangemonsterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| monster aan | gebiedende wijs |
| monsterde aan | verleden tijd |
| te hebben aangemonsterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanmonsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangemonsterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangemonsterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangemonsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangemonsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangemonsterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangemonsterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanmonsteren | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangemonsterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangemonsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangemonsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangemonsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangemonsterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangemonsterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangemonsterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanmonsteren | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanmonsteren aan zou(dt) monsteren | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangemonsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangemonsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangemonsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangemonsterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangemonsterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangemonsterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanmonsteren | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangemonsterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangemonsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangemonsterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanmonsteren | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangemonsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangemonsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangemonsterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangemonsterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangemonsterd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangemonsterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanmonsteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanmonsteren | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanmonsteren | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangemonsterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en monsteren ww
Woordfamilie van aanmonsteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangemonsterd | voltooid deelwoord | aanmonsteren |
| aangemonsterde | woordvorm | aanmonsteren |
| aanmonster | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanmonsteren |
| aanmonsterde | subordinate-clause, verleden tijd | aanmonsteren |
| aanmonsterden | subordinate-clause, verleden tijd | aanmonsteren |
| aanmonstere | with-subordinate-clause | aanmonsteren |
| aanmonsterend | onvoltooid deelwoord | aanmonsteren |
| aanmonsterende | woordvorm | aanmonsteren |
| aanmonstert | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanmonsteren |
| monster aan | gebiedende wijs | aanmonsteren |
| monsterde aan | verleden tijd | aanmonsteren |
| monsterden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanmonsteren |
| monstere aan | woordvorm | aanmonsteren |
| monsteren aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanmonsteren |
| monstert aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanmonsteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanmonsteren zijn vastgelegd.