aanknopen
werkwoord ˈaŋknopə(n)Betekenis
- vastknopen
- beginnen
- aanknopen bij: verder gaan met een bespreking; inhaken op
Hoe spreek je aanknopen uit?
/ˈaŋknopən/
Aanknopen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| n | nek |
| o | boot |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanknopen
aanknopenhele werkwoord — knoopte aanverleden tijd enkelvoud — knoopten aanverleden tijd meervoud — aangeknooptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | knoop aan | knoopte aan |
| jij | knoopt aan | knoopte aan |
| hij, zij, het | knoopt aan | knoopte aan |
| wij | knopen aan | knoopten aan |
| jullie | knopen aan | knoopten aan |
| zij | knopen aan | knoopten aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te knopen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen knopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal knopen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou knopen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden knopen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt knopen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen knopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen knopen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult knopen | bijzin, toekomende tijd |
| aangeknoopt | verleden tijd, deelwoord |
| aangeknoopt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeknoopt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeknoopt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeknoopt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeknoopt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeknoopt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeknoopt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeknoopt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeknoopt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeknoopt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanknoop | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanknoopt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanknoopte | bijzin, verleden tijd |
| aanknoopten | bijzin, verleden tijd |
| aanknopend | onvoltooid, deelwoord |
| ben aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangeknoopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangeknoopt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangeknoopt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangeknoopt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangeknoopt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangeknoopt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangeknoopt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangeknoopt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeknoopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| knoop aan | gebiedende wijs |
| knoopte aan | verleden tijd |
| te hebben aangeknoopt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanknopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangeknoopt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangeknoopt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangeknoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeknoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangeknoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangeknoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeknoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangeknoopt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeknoopt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanknopen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangeknoopt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangeknoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeknoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeknoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangeknoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeknoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangeknoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeknoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeknoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeknoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanknopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanknopen aan zou(dt) knopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangeknoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeknoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeknoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeknoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangeknoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangeknoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeknoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeknoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeknoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanknopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangeknoopt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeknoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeknoopt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanknopen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangeknoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeknoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeknoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeknoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangeknoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangeknoopt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeknoopt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeknoopt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeknoopt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanknopen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanknopen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanknopen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangeknoopt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en knopen ww
Woordfamilie van aanknopen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangeknoopt | voltooid deelwoord | aanknopen |
| aangeknoopte | woordvorm | aanknopen |
| aanknoop | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanknopen |
| aanknoopt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanknopen |
| aanknoopte | subordinate-clause, verleden tijd | aanknopen |
| aanknoopten | subordinate-clause, verleden tijd | aanknopen |
| aanknope | with-subordinate-clause | aanknopen |
| aanknopend | onvoltooid deelwoord | aanknopen |
| aanknopende | woordvorm | aanknopen |
| knoop aan | gebiedende wijs | aanknopen |
| knoopt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanknopen |
| knoopte aan | verleden tijd | aanknopen |
| knoopten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanknopen |
| knope aan | woordvorm | aanknopen |
| knopen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanknopen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanknopen zijn vastgelegd.