aanknoeien
werkwoord ˈaŋknujə(n)Betekenis
- op een knoeiende manier, niet serieus met iets bezig zijn
Hoe spreek je aanknoeien uit?
/ˈaŋknujən/
Aanknoeien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| n | nek |
| u | boek |
| j | ja |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanknoeien
aanknoeienhele werkwoord — knoeide aanverleden tijd enkelvoud — knoeiden aanverleden tijd meervoud — aangeknoeidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | knoei aan | knoeide aan |
| jij | knoeit aan | knoeide aan |
| hij, zij, het | knoeit aan | knoeide aan |
| wij | knoeien aan | knoeiden aan |
| jullie | knoeien aan | knoeiden aan |
| zij | knoeien aan | knoeiden aan |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aan te knoeien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen knoeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal knoeien | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou knoeien | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden knoeien | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt knoeien | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen knoeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen knoeien | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult knoeien | bijzin, toekomende tijd |
| aangeknoeid | verleden tijd, deelwoord |
| aangeknoeid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeknoeid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanknoei | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanknoeide | bijzin, verleden tijd |
| aanknoeiden | bijzin, verleden tijd |
| aanknoeiend | onvoltooid, deelwoord |
| aanknoeit | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is aangeknoeid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangeknoeid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangeknoeid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangeknoeid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangeknoeid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangeknoeid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangeknoeid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangeknoeid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangeknoeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangeknoeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangeknoeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangeknoeid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangeknoeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangeknoeid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangeknoeid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangeknoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeknoeid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangeknoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeknoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangeknoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangeknoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeknoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeknoeid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| knoei aan | gebiedende wijs |
| knoeide aan | verleden tijd |
| te hebben aangeknoeid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanknoeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal aangeknoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeknoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangeknoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanknoeien | bijzin, toekomende tijd |
| zou aangeknoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeknoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeknoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanknoeien | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanknoeien aan zou(dt) knoeien | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangeknoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeknoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeknoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanknoeien | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangeknoeid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanknoeien | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangeknoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeknoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeknoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanknoeien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanknoeien | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangeknoeid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult aanknoeien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult aanknoeien | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal aanknoeien aan zult/zal knoeien | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van aan vz en knoeien ww
Woordfamilie van aanknoeien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangeknoeid | voltooid deelwoord | aanknoeien |
| aanknoei | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanknoeien |
| aanknoeide | subordinate-clause, verleden tijd | aanknoeien |
| aanknoeiden | subordinate-clause, verleden tijd | aanknoeien |
| aanknoeie | with-subordinate-clause | aanknoeien |
| aanknoeiend | onvoltooid deelwoord | aanknoeien |
| aanknoeiende | woordvorm | aanknoeien |
| aanknoeit | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanknoeien |
| knoei aan | gebiedende wijs | aanknoeien |
| knoeide aan | verleden tijd | aanknoeien |
| knoeiden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanknoeien |
| knoeie aan | woordvorm | aanknoeien |
| knoeien aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanknoeien |
| knoeit aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanknoeien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanknoeien zijn vastgelegd.