aanhouding
zelfstandig naamwoord ˈanhɑudɪŋBetekenis
- het nog een ogenblik laten doorgaan, iets nog niet meteen afdoen of behandelen
- het verlengen van een toon of rust
- een licht aanhalen van de teugel
- het aanhouden, arrestatie
Hoe spreek je aanhouding uit?
/ˈanhɑudɪŋ/
Aanhouding bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| d | dak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanhoudingen | meervoud |
| aanhoudinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aanhoudinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van aanhouden met het achtervoegsel -ing.
Woordfamilie van aanhouding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanhoudingen | meervoud | aanhouding |
| aanhoudinkje | verkleinwoord | aanhouding |
| aanhoudinkjes | verkleinwoord meervoud | aanhouding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanhouding zijn vastgelegd.