aanhouder
zelfstandig naamwoord ˈanhɑudərBetekenis
- iemand (bv. een politieagent) die aanhoudt, een aanhouding verricht
- iemand die vasthoudend is, niet snel opgeeft, een volhouder
Hoe spreek je aanhouder uit?
/ˈanhɑudər/
Aanhouder bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand (m.n. een politieagent) die iemand anders aanhoudt, die een aanhouding verricht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanhouders | meervoud |
| aanhoudertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aanhoudertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van aanhouden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van aanhouder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanhouders | meervoud | aanhouder |
| aanhoudertje | verkleinwoord | aanhouder |
| aanhoudertjes | verkleinwoord meervoud | aanhouder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanhouder zijn vastgelegd.