Naar de inhoud

aanduwen

vaster duwen

aanduwen

werkwoord ˈandywə(n)

Betekenis

  1. vaster duwen
  2. verplaatsen door te duwen

Hoe spreek je aanduwen uit?

/ˈandywən/

Aanduwen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈandywən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
d dak
y fuut
w quiz
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanduwen

aanduwenhele werkwoord — duwde aanverleden tijd enkelvoud — duwden aanverleden tijd meervoud — aangeduwdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik duw aan duwde aan
jij duwt aan duwde aan
hij, zij, het duwt aan duwde aan
wij duwen aan duwden aan
jullie duwen aan duwden aan
zij duwen aan duwden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te duwen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen duwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal duwen bijzin, toekomende tijd
aan zou duwen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden duwen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt duwen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen duwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen duwen bijzin, toekomende tijd
aan zult duwen bijzin, toekomende tijd
aanduw bijzin, tegenwoordige tijd
aanduwde bijzin, verleden tijd
aanduwden bijzin, verleden tijd
aanduwend onvoltooid, deelwoord
aanduwt bijzin, tegenwoordige tijd
aangeduwd verleden tijd, deelwoord
aangeduwd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeduwd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeduwd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeduwd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeduwd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeduwd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeduwd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeduwd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeduwd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeduwd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ben aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
duw aan gebiedende wijs
duwde aan verleden tijd
er is aangeduwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangeduwd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangeduwd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangeduwd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangeduwd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangeduwd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangeduwd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangeduwd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangeduwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangeduwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangeduwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangeduwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangeduwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangeduwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangeduwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeduwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangeduwd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanduwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangeduwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeduwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangeduwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeduwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangeduwd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangeduwd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangeduwd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangeduwd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanduwen bijzin, toekomende tijd
zal aangeduwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeduwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangeduwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangeduwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeduwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangeduwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeduwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangeduwd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanduwen bijzin, voorwaardelijk
zou aangeduwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeduwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeduwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangeduwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeduwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangeduwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeduwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeduwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeduwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) aanduwen aan zou(dt) duwen bijzin, voorwaardelijk
zouden aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanduwen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangeduwd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeduwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeduwd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeduwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangeduwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangeduwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeduwd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeduwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeduwd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanduwen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangeduwd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeduwd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeduwd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen aanduwen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanduwen bijzin, toekomende tijd
zullen aangeduwd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeduwd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeduwd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeduwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangeduwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangeduwd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeduwd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeduwd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeduwd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult aanduwen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en duwen ww

Woordfamilie van aanduwen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanduw subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanduwen
aanduwde subordinate-clause, verleden tijd aanduwen
aanduwden subordinate-clause, verleden tijd aanduwen
aanduwe with-subordinate-clause aanduwen
aanduwend onvoltooid deelwoord aanduwen
aanduwende woordvorm aanduwen
aanduwt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanduwen
aangeduwd voltooid deelwoord aanduwen
aangeduwde woordvorm aanduwen
duw aan gebiedende wijs aanduwen
duwde aan verleden tijd aanduwen
duwden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanduwen
duwe aan woordvorm aanduwen
duwen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanduwen
duwt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanduwen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanduwen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanduwen

Hoe spreek je aanduwen uit?
De uitspraak van aanduwen is: /ˈandywə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanduwen?
Aanduwen is een werkwoord. Het woord betekent: vaster duwen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanduwen?
Je vervoegt aanduwen als volgt: het voltooid deelwoord is aangeduwd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanduwen is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. U 4
  6. W 5
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanduwen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. U 2
  6. W 5
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanduwen in het kort

aanduwen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanduwen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanduwen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanduwen: vaster duwen
Deel aanduwen — standaardnederlands.nl