aandweilen
werkwoord ˈandwɛilə(n)Betekenis
- een beetje dweilen
Hoe spreek je aandweilen uit?
/ˈandwɛilən/
Aandweilen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| d | dak |
| w | quiz |
| ɛi | trein |
| l | land |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aandweilen
aandweilenhele werkwoord — dweilde aanverleden tijd enkelvoud — dweilden aanverleden tijd meervoud — aangedweildvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dweil aan | dweilde aan |
| jij | dweilt aan | dweilde aan |
| hij, zij, het | dweilt aan | dweilde aan |
| wij | dweilen aan | dweilden aan |
| jullie | dweilen aan | dweilden aan |
| zij | dweilen aan | dweilden aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te dweilen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen dweilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal dweilen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou dweilen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden dweilen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt dweilen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen dweilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen dweilen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult dweilen | bijzin, toekomende tijd |
| aandweil | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aandweilde | bijzin, verleden tijd |
| aandweilden | bijzin, verleden tijd |
| aandweilend | onvoltooid, deelwoord |
| aandweilt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aangedweild | verleden tijd, deelwoord |
| aangedweild te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangedweild te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangedweild te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangedweild te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangedweild te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangedweild worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangedweild zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangedweild zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangedweild zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangedweild zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ben aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dweil aan | gebiedende wijs |
| dweilde aan | verleden tijd |
| er is aangedweild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangedweild | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangedweild | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangedweild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangedweild worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangedweild zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangedweild worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangedweild zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangedweild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangedweild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangedweild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangedweild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangedweild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangedweild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangedweild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangedweild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangedweild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aandweilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangedweild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangedweild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangedweild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangedweild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangedweild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangedweild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangedweild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangedweild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aandweilen | bijzin, toekomende tijd |
| zal aangedweild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangedweild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangedweild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangedweild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangedweild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangedweild zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangedweild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangedweild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aandweilen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou aangedweild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangedweild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangedweild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangedweild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangedweild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangedweild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangedweild zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangedweild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangedweild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) aandweilen aan zou(dt) dweilen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aandweilen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangedweild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangedweild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangedweild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangedweild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangedweild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangedweild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangedweild zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangedweild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangedweild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aandweilen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangedweild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangedweild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangedweild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen aandweilen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aandweilen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen aangedweild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangedweild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangedweild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangedweild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangedweild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangedweild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangedweild zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangedweild zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangedweild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult aandweilen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en dweilen ww
Woordfamilie van aandweilen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aandweil | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aandweilen |
| aandweilde | subordinate-clause, verleden tijd | aandweilen |
| aandweilden | subordinate-clause, verleden tijd | aandweilen |
| aandweile | with-subordinate-clause | aandweilen |
| aandweilend | onvoltooid deelwoord | aandweilen |
| aandweilende | woordvorm | aandweilen |
| aandweilt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aandweilen |
| aangedweild | voltooid deelwoord | aandweilen |
| aangedweilde | woordvorm | aandweilen |
| dweil aan | gebiedende wijs | aandweilen |
| dweilde aan | verleden tijd | aandweilen |
| dweilden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aandweilen |
| dweile aan | woordvorm | aandweilen |
| dweilen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aandweilen |
| dweilt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aandweilen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aandweilen zijn vastgelegd.