aandrukken
werkwoord ˈandrʏkə(n)Betekenis
- vaster drukken
Hoe spreek je aandrukken uit?
/ˈandrʏkən/
Aandrukken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| d | dak |
| r | rood |
| ʏ | put |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aandrukken
aandrukkenhele werkwoord — drukte aanverleden tijd enkelvoud — drukten aanverleden tijd meervoud — aangedruktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | druk aan | drukte aan |
| jij | drukt aan | drukte aan |
| hij, zij, het | drukt aan | drukte aan |
| wij | drukken aan | drukten aan |
| jullie | drukken aan | drukten aan |
| zij | drukken aan | drukten aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te drukken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen drukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal drukken | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou drukken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden drukken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt drukken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen drukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen drukken | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult drukken | bijzin, toekomende tijd |
| aandruk | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aandrukkend | onvoltooid, deelwoord |
| aandrukt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aandrukte | bijzin, verleden tijd |
| aandrukten | bijzin, verleden tijd |
| aangedrukt | verleden tijd, deelwoord |
| aangedrukt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangedrukt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangedrukt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangedrukt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangedrukt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangedrukt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangedrukt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangedrukt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangedrukt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangedrukt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ben aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| druk aan | gebiedende wijs |
| drukte aan | verleden tijd |
| er is aangedrukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangedrukt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangedrukt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangedrukt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangedrukt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangedrukt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangedrukt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangedrukt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangedrukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangedrukt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aandrukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangedrukt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangedrukt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangedrukt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangedrukt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aandrukken | bijzin, toekomende tijd |
| zal aangedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangedrukt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aandrukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou aangedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) aandrukken aan zou(dt) drukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aandrukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aandrukken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangedrukt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangedrukt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen aandrukken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aandrukken | bijzin, toekomende tijd |
| zullen aangedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangedrukt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangedrukt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangedrukt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult aandrukken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en drukken ww
Woordfamilie van aandrukken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aandruk | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aandrukken |
| aandrukke | with-subordinate-clause | aandrukken |
| aandrukkend | onvoltooid deelwoord | aandrukken |
| aandrukkende | woordvorm | aandrukken |
| aandrukt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aandrukken |
| aandrukte | subordinate-clause, verleden tijd | aandrukken |
| aandrukten | subordinate-clause, verleden tijd | aandrukken |
| aangedrukt | voltooid deelwoord | aandrukken |
| aangedrukte | woordvorm | aandrukken |
| druk aan | gebiedende wijs | aandrukken |
| drukke aan | woordvorm | aandrukken |
| drukken aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aandrukken |
| drukt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aandrukken |
| drukte aan | verleden tijd | aandrukken |
| drukten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aandrukken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aandrukken zijn vastgelegd.