Naar de inhoud

Woordenboeken Nederlands: verklarend, vertalend en digitaal

Een goed woordenboek vertelt je wat een woord betekent, hoe je het schrijft en uitspreekt, en in welke situatie je het gebruikt. Op deze pagina vind je verklarende woordenboeken van het Nederlands, vertaalwoordenboeken en handzame pocketuitgaven. Onder het overzicht lees je wat er precies in een woordenboek staat, wat het verschil is met een spellinglijst en waar je op let als je een woordenboek kiest.

Verklarende woordenboeken en vertaalwoordenboeken

Woordenboeken van het Nederlands vallen grofweg uiteen in twee soorten. Een verklarend woordenboek is eentalig: het legt Nederlandse woorden uit in het Nederlands. Je zoekt bijvoorbeeld gortdroog op en leest dat het 'erg droog' betekent, of je ontdekt dat bakkeleien 'ruziën, kibbelen' is. Zo'n woordenboek gebruik je als je een woord tegenkomt dat je niet kent, als je twijfelt over de precieze betekenis of als je wilt weten of een woord in formele tekst past.

Een vertaalwoordenboek is tweetalig. Het geeft bij een Nederlands woord de vertaling in een andere taal, of andersom. Vaak bestaat een vertaalwoordenboek uit twee delen, bijvoorbeeld Nederlands-Engels en Engels-Nederlands. Het deel dat van je moedertaal naar de vreemde taal gaat, helpt je bij het schrijven en spreken; het deel in de andere richting helpt je bij het lezen en begrijpen. Een goed vertaalwoordenboek geeft niet alleen één vertaling, maar laat met voorbeelden zien welke vertaling in welke context past. Het Nederlandse bank kan in het Engels bench, sofa of bank zijn, afhankelijk van wat je bedoelt.

Naast deze twee hoofdsoorten bestaan er woordenboeken met een smallere taak: synoniemenwoordenboeken, spreekwoordenboeken, beeldwoordenboeken met afbeeldingen, rijm- en puzzelwoordenboeken, etymologische woordenboeken over de herkomst van woorden en woordenboeken voor kinderen of voor mensen die Nederlands als tweede taal leren.

Groot woordenboek of pocketwoordenboek

Woordenboeken verschillen sterk in omvang. Een groot woordenboek bevat veel trefwoorden, ook zeldzame, verouderde en vaktaalwoorden, en geeft per woord meer betekenissen, meer voorbeeldzinnen en meer vaste uitdrukkingen. Het is geschikt voor wie veel schrijft, vertaalt of studeert, en voor wie ook oudere teksten leest.

Een pocketwoordenboek of zakwoordenboek is klein en licht. Het beperkt zich tot de woorden die je in het dagelijks leven het vaakst tegenkomt en geeft per woord minder uitleg. Voor op reis, in de schooltas of naast de computer is dat vaak genoeg. Tussen beide in zitten middelgrote handwoordenboeken, die voor de meeste scholieren en thuisgebruikers een praktisch midden vormen. Hoe groter het woordenboek, hoe groter de kans dat je ook een minder gangbaar woord vindt, maar ook hoe zwaarder en duurder het boek wordt.

Wat staat er in een lemma?

Een artikel in een woordenboek heet een lemma. Het begint met het trefwoord, het woord dat je opzoekt, en daarna volgt een reeks vaste gegevens. Welke dat zijn, verschilt per woordenboek, maar meestal vind je het volgende:

  • Woordsoort: is het een zelfstandig naamwoord, een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord of iets anders? Vaak staat dat afgekort, zoals zn., ww. of bn.
  • Verbuiging en vervoeging: bij een zelfstandig naamwoord het lidwoord (de of het), het meervoud en vaak het verkleinwoord, zoals het huis, huizen, huisje. Bij een werkwoord de verleden tijd en het voltooid deelwoord, wat vooral handig is bij sterke werkwoorden als lopen, liep, gelopen of zwemmen, zwom, gezwommen.
  • Uitspraak: vaak alleen de klemtoon, soms een volledige uitspraak in fonetisch schrift. Bij leenwoorden als bureau of jus is dat nuttig.
  • Afbreking: waar je het woord aan het eind van een regel mag afbreken.
  • Betekenissen: genummerd als een woord meer dan één betekenis heeft. Blad kan bijvoorbeeld een blad van een boom zijn, een vel papier of een dienblad.
  • Voorbeeldzinnen: korte zinnen die laten zien hoe je het woord gebruikt en met welke woorden het vaak samengaat.
  • Vaste verbindingen en uitdrukkingen: zoals de kat uit de boom kijken bij het trefwoord kat.
  • Labels: korte aanduidingen die zeggen in welke situatie een woord past. Denk aan informeel, formeel, verouderd, scherts, vulgair of Belgisch-Nederlands, en aan vakgebieden als recht of geneeskunde.

Juist die labels maken een woordenboek waardevol als je schrijft. Dat gozer informeel is en derhalve formeel, kan het verschil maken tussen een tekst die goed klinkt en een tekst die vreemd overkomt. Voorin de meeste woordenboeken staat een lijst met alle gebruikte afkortingen en tekens. Lees die lijst één keer goed door; daarna haal je veel meer uit elk lemma.

Woordenboek of spellinglijst?

Een woordenboek is iets anders dan een spellinglijst. De officiële spellinglijst van het Nederlands is de Woordenlijst Nederlandse Taal, beter bekend als het Groene Boekje. Die wordt uitgegeven in opdracht van de Nederlandse Taalunie en legt vast hoe je woorden officieel schrijft. Een spellinglijst geeft per woord de juiste schrijfwijze, het lidwoord, meervoudsvormen, vervoegingen en de afbreekpunten, maar vrijwel geen betekenissen. Je leest er dus dat het pannenkoek is en ideeën, maar niet wat een woord precies inhoudt.

Een verklarend woordenboek doet het omgekeerde: het draait om betekenis en gebruik. Goede woordenboeken volgen daarbij de officiële spelling, zodat je ze ook voor spellingvragen kunt gebruiken. Twijfel je alleen over hoe je iets schrijft, dan is een spellinglijst voldoende. Wil je weten wat een woord betekent en hoe je het gebruikt, dan heb je een woordenboek nodig.

Van Dale, het WNT en andere bekende namen

De bekendste naam onder de Nederlandse woordenboeken is Van Dale. De naam gaat terug op Johan Hendrik van Dale, een negentiende-eeuwse onderwijzer uit Sluis in Zeeuws-Vlaanderen, die werkte aan een woordenboek van het Nederlands. Zijn naam bleef aan dat woordenboek verbonden. Het grootste verklarende woordenboek van de reeks staat in de volksmond bekend als de dikke Van Dale. Onder dezelfde naam verschijnen ook vertaalwoordenboeken en kleinere uitgaven.

Een heel ander soort woordenboek is het Woordenboek der Nederlandsche Taal, kortweg het WNT. Dat is een historisch woordenboek: het beschrijft niet alleen wat woorden nu betekenen, maar ook hoe ze in de loop van eeuwen zijn gebruikt, met citaten uit oude teksten als bewijs. Aan het WNT werd in de negentiende eeuw begonnen onder leiding van Matthias de Vries, en het werd pas aan het eind van de twintigste eeuw voltooid. Het is tegenwoordig online te raadplegen. Voor het Middelnederlands bestaat een apart historisch woordenboek, het Middelnederlandsch Woordenboek. Zulke historische woordenboeken zijn vooral interessant voor wie oude teksten leest of wil weten hoe een woord zich heeft ontwikkeld.

Papier of digitaal, en waar je op let bij het kiezen

Een digitaal woordenboek, als website of app, heeft duidelijke voordelen. Je vindt een woord snel, ook als je alleen een uitdrukking of een vervoegde vorm kent, en de inhoud kan regelmatig worden bijgewerkt met nieuwe woorden. Een papieren woordenboek heeft weer andere sterke punten: je hebt geen scherm of verbinding nodig, je ziet bij het bladeren woorden die je niet zocht maar wel interessant vindt, en op school of bij examens is soms alleen een papieren woordenboek toegestaan.

Bij het kiezen helpen een paar vragen:

  • Waarvoor gebruik je het? Voor lezen en begrijpen is een eentalig woordenboek handig; voor een vreemde taal heb je een vertaalwoordenboek nodig, liefst in beide richtingen.
  • Welk niveau past bij je? Kinderen, scholieren, studenten en mensen die Nederlands als tweede taal leren hebben elk andere behoeften. Er zijn woordenboeken met eenvoudige uitleg en woordenboeken met veel detail.
  • Volgt het de huidige spelling? Kijk of het woordenboek is afgestemd op de actuele officiële spelling. Een oud exemplaar kan woorden nog anders schrijven.
  • Hoe groot mag het zijn? Een groot woordenboek is completer, een pocket is makkelijker mee te nemen.
  • Nederlands of Belgisch-Nederlands? Lees je veel Vlaamse teksten, of schrijf je voor Vlaamse lezers, let dan op of het woordenboek aangeeft welke woorden vooral in België of juist in Nederland gangbaar zijn.
  • Hoe overzichtelijk is het? Een heldere opmaak, duidelijke labels en genoeg voorbeeldzinnen maken een woordenboek veel prettiger in gebruik.

Welk woordenboek je ook kiest: het werkt het best als je het echt gebruikt. Zoek woorden op als je twijfelt, lees de voorbeeldzinnen en let op de labels. Zo groeit je woordenschat bijna vanzelf, en schrijf je met meer zekerheid.

Meer boeken over de Nederlandse taal