Nederlandse spreekwoorden en uitdrukkingen: boeken en uitleg
Spreekwoorden en uitdrukkingen maken het Nederlands beeldend en levendig, maar hun betekenis is lang niet altijd uit de woorden af te leiden. Wie wil weten wat iemand bedoelt met de kat uit de boom kijken of door de mand vallen, heeft veel aan een goed spreekwoordenboek. Hieronder vind je boeken over Nederlandse spreekwoorden, gezegden en zegswijzen, met daaronder uitleg over wat ze zijn en waar ze vandaan komen.
-
Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden - deel 2
-
Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden - deel 1
-
1800 dagelijkse uitdrukkingen en spreekwoorden in het Nederlands, Noors en Zweeds en dare kan fraga mer...
-
Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden naar hun betekenis en oorsprong verklaard
-
Als de kat van huis is ...
-
Joost mag het weten
-
Taalsafari Groningen
-
Spreekwoorden uit het boerenleven en hun herkomst
-
Waarom is een blauwe maandag blauw?
-
Idiomaticum : uitdrukkingen, spreekwoorden, constructies. Nederlands-Engels
-
Idiomaticum : uitdrukkingen, zegswijzen, spreekwoorden, constructies / Nederlands-Duits.
-
Bijbelse spreekwoorden en hun herkomst
Spreekwoord, gezegde, uitdrukking en zegswijze: wat is het verschil?
In het dagelijks gebruik lopen de woorden spreekwoord, gezegde, uitdrukking en zegswijze door elkaar. In taalboeken en woordenboeken wordt vaak wel een onderscheid gemaakt, al zijn de grenzen niet altijd scherp.
- Spreekwoord: een volledige zin met een vaste vorm die een algemene levenswijsheid of les uitdrukt. Je verandert er niets aan, ook niet de tijd van het werkwoord. Voorbeelden zijn Beter een goede buur dan een verre vriend, Wie het laatst lacht, lacht het best en Oost west, thuis best.
- Gezegde: een vaste woordgroep met een werkwoord, die je in je eigen zin inbouwt en dus vervoegt. Er zit geen algemene les in; het gezegde beschrijft een situatie. Je zegt bijvoorbeeld Ze keek eerst de kat uit de boom of Hij zat met de handen in het haar.
- Zegswijze: een vaste verbinding van woorden, vaak zonder werkwoord als kern, zoals met man en macht of in de wolken (zijn). Sommige bronnen gebruiken zegswijze ook als ruimere term.
- Uitdrukking: de overkoepelende term voor elke vaste woordcombinatie waarvan de betekenis meer is dan de som van de losse woorden. Spreekwoorden, gezegden en zegswijzen zijn dus allemaal uitdrukkingen.
Een handige vuistregel: kun je de woorden niet veranderen en drukken ze een wijsheid uit, dan is het waarschijnlijk een spreekwoord. Moet je het werkwoord aanpassen aan de zin, dan gaat het om een gezegde.
Letterlijke en figuurlijke betekenis
Bijna elke uitdrukking heeft twee lagen. De letterlijke betekenis is het beeld dat de woorden oproepen; de figuurlijke betekenis is wat de spreker werkelijk bedoelt. Wie zegt dat het pijpenstelen regent, bedoelt niet dat er stukken pijp uit de lucht vallen, maar dat het hard regent. Wie een oogje in het zeil houdt, let op of alles goed gaat, ook als er nergens een zeil te bekennen is.
Het beeld helpt vaak om de betekenis te onthouden. Bij de kat uit de boom kijken zie je een kat die vanaf een veilige plek afwacht hoe de situatie zich ontwikkelt. Zo gebruik je de uitdrukking ook: je wacht eerst af voordat je zelf iets doet of een standpunt inneemt. Met de handen in het haar zitten beschrijft het radeloze gebaar van iemand die niet meer weet wat hij moet doen, en zo is ook de figuurlijke betekenis: geen uitweg meer zien.
Lang niet altijd is het verband tussen beeld en betekenis zo duidelijk. Door de mand vallen betekent dat je betrapt wordt of dat blijkt dat je minder kunt of weet dan je deed voorkomen. Het schip ingaan betekent dat je de dupe wordt of verlies lijdt. Over de herkomst van zulke uitdrukkingen bestaan soms verschillende verklaringen, en een goed naslagwerk geeft aan wanneer een verklaring onzeker is.
Waar komen Nederlandse uitdrukkingen vandaan?
Veel uitdrukkingen gaan terug op het dagelijks leven van vroeger. Omdat dat leven voor een groot deel draaide om water, land en handwerk, vind je die werelden terug in de taal.
Scheepvaart
Nederland is altijd een land van zeevaarders en schippers geweest, en dat is in de taal te merken. Overstag gaan komt uit de zeilvaart, waar het een manoeuvre is waarbij je met de boeg door de wind van koers verandert; figuurlijk betekent het dat je van mening verandert. Bakzeil halen was oorspronkelijk een manier om vaart te minderen en betekent nu dat je toegeeft of terugkrabbelt. Bij poolshoogte nemen denk je aan zeelieden die hun positie bepaalden aan de hand van de hoogte van de Poolster; nu betekent het dat je gaat kijken hoe de zaken ervoor staan. Ook iemand de wind uit de zeilen nemen, een oogje in het zeil houden en tussen wal en schip vallen horen bij deze groep.
Landbouw en het boerenleven
Het werk op het land leverde ook veel beelden op. Te veel hooi op je vork nemen betekent dat je meer werk aanneemt dan je aankunt. Het kaf van het koren scheiden verwijst naar het scheiden van het waardeloze kaf van het bruikbare graan, en betekent dat je het goede van het slechte onderscheidt. Ook wie zaait, zal oogsten laat zien hoe sterk het ritme van zaaien en oogsten in de taal is blijven hangen.
De Bijbel
Eeuwenlang was de Bijbel voor veel mensen het bekendste boek, en tal van uitdrukkingen komen eruit voort. Je handen in onschuld wassen verwijst naar Pilatus, die zijn handen waste om te laten zien dat hij geen schuld had aan de veroordeling van Jezus. Een wolf in schaapskleren is iemand die zich onschuldig voordoet maar kwade bedoelingen heeft. Parels voor de zwijnen werpen betekent dat je iets waardevols geeft aan iemand die het niet op waarde weet te schatten. Ook een ongelovige Thomas en de verloren zoon zijn aan Bijbelverhalen ontleend.
Oude ambachten
Ambachtslieden lieten eveneens hun sporen na. Je moet het ijzer smeden als het heet is komt uit de smederij: ijzer is alleen te bewerken als het gloeiend heet is, en zo moet je ook een kans grijpen zolang die er is. Schoenmaker, blijf bij je leest verwijst naar de leest, de vorm waarop een schoenmaker schoenen maakt; het spreekwoord raadt je aan je bij je eigen vak te houden. En wie aan de weg timmert, valt op en trekt de aandacht, net als een timmerman die langs de openbare weg aan het werk is.
Waarom uitdrukkingen lastig zijn voor wie Nederlands leert
Voor wie Nederlands als tweede taal leert, zijn uitdrukkingen een van de moeilijkste onderdelen van de taal. Daar zijn een paar duidelijke redenen voor.
- De betekenis is niet af te leiden. Ook als je alle woorden kent, weet je nog niet wat iemand een oor aannaaien (iemand bedriegen) of nu komt de aap uit de mouw (nu blijkt wat er werkelijk achter zit) betekent.
- De vorm ligt vast. Je zegt de kat uit de boom kijken, niet de hond uit de boom kijken. Een kleine verandering maakt de uitdrukking onherkenbaar of zelfs grappig.
- Ook de voorzetsels liggen vast. Het is door de mand vallen en niet uit de mand vallen, en met de handen in het haar en niet met de handen door het haar.
- Elke taal kiest zijn eigen beelden. Waar het Engels katten en honden uit de lucht laat vallen, regent het in het Nederlands pijpenstelen. Letterlijk vertalen levert dan ook vaak onzin op.
- Gebruik en toon verschillen. Sommige uitdrukkingen zijn informeel of ouderwets, andere zijn gewoon in de krant te vinden. Ook tussen Nederland en Vlaanderen bestaan verschillen in welke uitdrukkingen gangbaar zijn.
Uitdrukkingen leer je daarom het best in hun context: in een voorbeeldzin, met een duidelijke uitleg van de betekenis en een aanwijzing over wanneer je ze gebruikt.
Wat staat er in een spreekwoordenboek?
Een spreekwoordenboek of uitdrukkingenwoordenboek verzamelt vaste uitdrukkingen en legt ze uit. Omdat je een uitdrukking niet op één woord kunt opzoeken zoals een gewoon woord, is de manier van ordenen belangrijk. Meestal zijn de uitdrukkingen gerangschikt op een trefwoord: de kat uit de boom kijken vind je dan bij kat, en soms ook bij boom. Een goed register achterin helpt je om een uitdrukking op meer dan één woord terug te vinden.
Per uitdrukking vind je doorgaans:
- de vaste vorm van de uitdrukking, eventueel met varianten;
- een heldere omschrijving van de figuurlijke betekenis;
- een of meer voorbeeldzinnen die laten zien hoe je de uitdrukking gebruikt;
- bij veel boeken een toelichting op de herkomst, met het oorspronkelijke beeld;
- soms een aanduiding van het gebruik, zoals informeel, verouderd of vooral in Vlaanderen.
Waar je op let bij het kiezen van een boek over spreekwoorden
Boeken over spreekwoorden en uitdrukkingen lopen sterk uiteen, van compacte naslagwerken tot rijk geïllustreerde boeken om in te bladeren. Bedenk daarom eerst waarvoor je het boek wilt gebruiken.
- Naslag of leesplezier. Wil je snel een betekenis opzoeken, kies dan een woordenboek met een duidelijke ordening op trefwoord en een goed register. Ben je vooral nieuwsgierig naar achtergronden, dan is een boek met uitgebreide verhalen over de herkomst prettiger.
- Uitleg over herkomst. Let erop of het boek eerlijk aangeeft wanneer een verklaring onzeker is. Van veel uitdrukkingen is de oorsprong niet met zekerheid bekend, en een betrouwbaar boek doet dan niet alsof dat wel zo is.
- Voorbeeldzinnen. Vooral voor wie Nederlands leert, helpen voorbeeldzinnen om te begrijpen hoe je een uitdrukking in een zin inpast.
- Taalgebied. Controleer of het boek ook aandacht heeft voor uitdrukkingen uit Vlaanderen, of juist vooral op Nederland gericht is.
- Doelgroep. Er zijn boeken voor volwassenen, voor kinderen en speciaal voor anderstaligen. Een boek voor NT2-leerders legt de betekenis vaak in eenvoudiger Nederlands uit en geeft meer oefeningen.
Met een boek dat bij jouw doel past, ontdek je niet alleen wat een uitdrukking betekent, maar ook hoeveel geschiedenis er in alledaagse woorden schuilgaat.