Herkomst van woorden: boeken over etymologie en leenwoorden
Waarom heet een hangmat zo, en waar komt het woord piekeren vandaan? Etymologie onderzoekt de herkomst en geschiedenis van woorden. Op deze pagina vind je etymologische woordenboeken en andere boeken over de herkomst van Nederlandse woorden. Onder het overzicht lees je hoe nieuwe woorden ontstaan, uit welke talen het Nederlands heeft geleend, wat volksetymologie is en hoe je een etymologisch woordenboek leest.
Wat is etymologie?
Etymologie is de studie van de herkomst van woorden. Een etymoloog zoekt uit uit welke taal een woord komt, welke vorm het vroeger had, met welke woorden in andere talen het verwant is en hoe de betekenis in de loop der tijd is veranderd. Het woord etymologie zelf komt uit het Grieks: etymon betekent 'de ware betekenis' van een woord en logos 'woord, leer'.
Een groot deel van de Nederlandse woordenschat bestaat uit erfwoorden: woorden die het Nederlands van oudsher heeft, als lid van de Germaanse talenfamilie. Denk aan water, hand, vader, moeder en huis. Dat je in het Engels water, hand en father zegt en in het Duits Wasser, Hand en Vater, is geen toeval: deze woorden gaan terug op een gemeenschappelijke voorouder. Daarnaast heeft het Nederlands door de eeuwen heen veel woorden uit andere talen overgenomen. Die noem je leenwoorden.
Hoe nieuwe woorden ontstaan
Een taal krijgt er voortdurend nieuwe woorden bij. Dat gebeurt op een beperkt aantal manieren:
- Ontlening: je neemt een woord over uit een andere taal, zoals computer uit het Engels of cadeau uit het Frans.
- Samenstelling: je voegt twee of meer bestaande woorden samen tot een nieuw woord. Zo ontstaan voetbal, ziekenhuis, woordenboek en fietsenstalling. Het Nederlands kan zulke samenstellingen bijna onbeperkt maken.
- Afleiding: je maakt van een bestaand woord een nieuw woord met een voor- of achtervoegsel. Van lezen maak je lezer en leesbaar, van schoon maak je schoonheid en van duidelijk maak je onduidelijk.
- Klanknabootsing: het woord bootst een geluid na. Voorbeelden zijn koekoek, kieviet, miauwen, zoemen, tjilpen, plof en boem.
- Verkorting: een lang woord wordt ingekort. Bus is een verkorting van omnibus, foto van fotografie en info van informatie.
- Eponiemen: woorden die teruggaan op de naam van een persoon. De saxofoon is genoemd naar de Belgische instrumentmaker Adolphe Sax, de diesel naar Rudolf Diesel, het braille naar Louis Braille en de guillotine naar de Franse arts Guillotin. Het werkwoord boycotten gaat terug op Charles Boycott, een landgoedbeheerder in Ierland met wie de omgeving alle contact verbrak, en de sandwich op een Engelse graaf van Sandwich.
Leenwoorden uit andere talen
Welke woorden een taal leent, vertelt veel over de contacten die de sprekers door de geschiedenis heen hebben gehad.
Latijn
Al in de Romeinse tijd kwamen Latijnse woorden in de Germaanse dialecten terecht, vaak voor zaken die de Romeinen meebrachten. Muur komt van murus, straat van strata, wijn van vinum, kaas van caseus, venster van fenestra en tafel van tabula. Later bracht het christendom en het onderwijs nog veel meer Latijn mee, zoals school en schrijven. Zulke oude ontleningen zijn zo goed ingeburgerd dat je ze niet meer als vreemd herkent.
Frans
Uit het Frans heeft het Nederlands zeer veel woorden overgenomen, vooral op het gebied van mode, eten, bestuur en het huishouden. Voorbeelden zijn bureau, trottoir, cadeau, chauffeur, jus en restaurant. Sommige woorden zijn aangepast aan de Nederlandse spelling en uitspraak: paraplu komt van parapluie en portemonnee van porte-monnaie.
Engels
Vooral sinds de twintigste eeuw neemt het Nederlands veel woorden uit het Engels over, bijvoorbeeld weekend, team, computer, baby en sorry. Engelse werkwoorden krijgen Nederlandse vervoegingen: deleten, ik delete, gedeletet. Het verkeer gaat overigens ook de andere kant op: het Engelse yacht komt van het Nederlandse jacht, boss van baas en cookie van koekje.
Maleis
Door de koloniale geschiedenis in Indonesië kwamen Maleise woorden in het Nederlands terecht. Piekeren komt van het Maleise pikir, 'denken', dat zelf weer uit het Arabisch stamt. Ook pisang, senang en kampong zijn van Maleise herkomst.
Jiddisch
Via het Jiddisch van Joodse Nederlanders, vaak met Hebreeuwse wortels, en deels via het Bargoens, de oude dieventaal, kreeg vooral de spreektaal er woorden bij. Mazzel gaat terug op Hebreeuws mazal, 'geluk'. Jatten hangt samen met jad, 'hand'. Gabber komt van chawer, 'kameraad', en Mokum, de bijnaam van Amsterdam, van makom, 'plaats'. Ook tof, sjacheren en bajes hebben deze herkomst.
Volksetymologie en betekenisverschuiving
Soms passen sprekers een onbekend woord ongemerkt aan, zodat het lijkt op woorden die ze wel kennen. Dat heet volksetymologie. Het bekendste Nederlandse voorbeeld is hangmat. Het woord komt via het Spaans hamaca uit een taal van de oorspronkelijke bewoners van het Caribisch gebied, maar Nederlandse sprekers maakten er een 'mat die hangt' van. Rendier is ontleend aan een Scandinavisch woord voor het dier; het eerste deel werd later ten onrechte opgevat als het werkwoord rennen. En de zondvloed was oorspronkelijk een 'grote vloed', maar werd later in verband gebracht met zonde.
Woorden kunnen ook van betekenis veranderen terwijl hun vorm gelijk blijft. Dat heet betekenisverschuiving. Slecht betekende vroeger 'eenvoudig, effen'; die oude betekenis zie je nog in slechten en slechts. Gemeen betekende 'gemeenschappelijk', zoals in gemeente en gemeengoed. Een woord kan ook in waarde dalen of stijgen: wijf was ooit een neutraal woord voor 'vrouw', terwijl maarschalk ooit een paardenknecht aanduidde en later een hoge militaire rang werd. Een pen was oorspronkelijk een vogelveer (Latijn penna), omdat men met veren schreef. Ook beeldspraak zorgt voor nieuwe betekenissen: een muis is tegenwoordig ook een computeronderdeel en een virus ook een schadelijk programma.
Wat staat er in een etymologisch woordenboek?
Een etymologisch woordenboek geeft bij elk trefwoord de geschiedenis van het woord. Meestal vind je er de volgende onderdelen in:
- De oudste vindplaats of datering: wanneer het woord voor het eerst in een Nederlandse tekst is aangetroffen.
- Oudere vormen: hoe het woord in het Middelnederlands of Oudnederlands luidde, vaak met de afkorting mnl. voor Middelnederlands.
- Verwante woorden: de vormen in verwante talen zoals het Engels, Duits, Fries en de Scandinavische talen.
- Reconstructies: vormen uit voorouders van het Nederlands waarvan geen geschreven bronnen bestaan, zoals het Proto-Germaans. Die staan met een sterretje ervoor, als teken dat ze door taalkundigen zijn afgeleid en niet ergens zijn opgeschreven.
- De bron van een ontlening: uit welke taal het woord is overgenomen en welke vorm het daar had, vaak aangegeven met een teken als < voor 'komt van'.
- De betekenisontwikkeling: hoe de betekenis door de eeuwen heen is veranderd.
Lees voor je begint de inleiding en de lijst met afkortingen; daar staat hoe het woordenboek zijn tekens en taalnamen gebruikt. Let daarnaast op voorzichtige formuleringen als 'waarschijnlijk', 'mogelijk' of 'herkomst onzeker'. Van veel woorden is de geschiedenis niet volledig bekend, en een betrouwbaar etymologisch woordenboek zegt dat ook eerlijk. Wantrouw verklaringen die te mooi klinken: veel populaire verhalen over de herkomst van woorden en uitdrukkingen blijken bij nader onderzoek niet te kloppen.
Een boek over woordherkomst kiezen
Boeken over etymologie verschillen sterk in aanpak. Een wetenschappelijk etymologisch woordenboek is volledig en precies, maar vraagt enige kennis van taalkundige termen en afkortingen. Een populair boek over woordherkomst vertelt de geschiedenis van een selectie woorden in verhalende vorm en leest makkelijker, maar behandelt minder woorden. Daarnaast zijn er boeken die zich op één onderwerp richten, zoals leenwoorden uit een bepaalde taal, de herkomst van uitdrukkingen en spreekwoorden, of plaats- en familienamen.
Wil je snel de herkomst van losse woorden opzoeken, kies dan een alfabetisch woordenboek. Lees je liever over het verhaal achter woorden, dan past een thematisch boek beter. Kijk ook of een boek duidelijk onderscheid maakt tussen wat zeker is en wat een vermoeden is, en of het oudere vormen en verwante woorden noemt. Dat zegt veel over hoe zorgvuldig het is gemaakt.