Naar de inhoud

zwijmelen

in extase zijn of geraken

zwijmelen

werkwoord

Betekenis

  1. in extase zijn of geraken
  2. dagdromen

Vervoeging van zwijmelen

zwijmelenhele werkwoord — zwijmeldeverleden tijd enkelvoud — zwijmeldenverleden tijd meervoud — gezwijmeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zwijmel zwijmelde
jij zwijmelt zwijmelde
hij, zij, het zwijmelt zwijmelde
wij zwijmelen zwijmelden
jullie zwijmelen zwijmelden
zij zwijmelen zwijmelden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezwijmeld verleden tijd, deelwoord
gezwijmeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezwijmeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezwijmeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezwijmeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezwijmeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezwijmeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezwijmeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezwijmeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezwijmeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezwijmeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwijmeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezwijmeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwijmeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezwijmeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezwijmeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwijmeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwijmeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezwijmeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zwijmelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
te zwijmelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
zal gezwijmeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezwijmeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezwijmeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gezwijmeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezwijmeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezwijmeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezwijmeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezwijmeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezwijmeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezwijmeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezwijmeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezwijmeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezwijmeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zwijmelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezwijmeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zwijmelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zwijmel gebiedende wijs
zwijmelde verleden tijd
zwijmele aanvoegende wijs
zwijmelend onvoltooid, deelwoord

Herkomst

In de betekenis van ‘duizelig worden, in een roes zijn’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477

Woordfamilie van zwijmelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezwijmeld voltooid deelwoord zwijmelen
zwijmelde verleden tijd zwijmelen
zwijmelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zwijmelen
zwijmele aanvoegende wijs zwijmelen
zwijmelend onvoltooid deelwoord zwijmelen
zwijmelende woordvorm zwijmelen
zwijmelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zwijmelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwijmelen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over zwijmelen

Wat betekent zwijmelen?
Zwijmelen is een werkwoord. Het woord betekent: in extase zijn of geraken. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je zwijmelen?
Je vervoegt zwijmelen als volgt: de tegenwoordige tijd is zwijmel, de verleden tijd is zwijmelde en het voltooid deelwoord is gezwijmeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zwijmelen is 23 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. W 5
  3. I 1
  4. J 4
  5. M 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 23 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zwijmelen levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. W 5
  3. I 2
  4. J 4
  5. M 3
  6. E 1
  7. L 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 25 zonder bonus
  11. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zwijmelen in het kort

zwijmelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van zwijmelen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort zwijmelen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

zwijmelen: in extase zijn of geraken
Deel zwijmelen — standaardnederlands.nl