zwijmel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- duizeligheid
- roes
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwijmels | meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwijmelen
- gebiedende wijs van zwijmelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van zwijmelen
Vervoeging van zwijmel
zwijmelhele werkwoord
Woordfamilie van zwijmel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwijmels | meervoud | zwijmel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwijmel zijn vastgelegd.