Naar de inhoud

zwemen

~ naar: min of meer lijken op

zwemen is meer dan één woord

zwemen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. ~ naar: min of meer lijken op

Vervoeging van zwemen

zwemenhele werkwoord — zweemdeverleden tijd enkelvoud — zweemdenverleden tijd meervoud — gezweemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zweem zweemde
jij zweemt zweemde
hij, zij, het zweemt zweemde
wij zwemen zweemden
jullie zwemen zweemden
zij zwemen zweemden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gezweemd verleden tijd, deelwoord
gezweemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezweemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezweemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezweemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezweemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezweemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezweemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezweemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezweemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezweemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezweemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezweemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezweemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezweemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezweemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezweemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezweemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezweemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zwemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
te zwemen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
zal gezweemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezweemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezweemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zwemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zwemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zwemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gezweemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezweemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezweemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zwemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zwemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zwemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezweemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezweemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezweemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zwemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zwemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zwemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezweemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zwemen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezweemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezweemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezweemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zwemen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zwemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zwemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zwemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezweemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zwemen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zweem gebiedende wijs
zweemde verleden tijd
zweme aanvoegende wijs
zwemend onvoltooid, deelwoord

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord zweem

Herkomst

In de betekenis van ‘enige gelijkenis hebben’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1615

Woordfamilie van zwemen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezweemd voltooid deelwoord zwemen
zweemde verleden tijd zwemen
zweemden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zwemen
zweemt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zwemen
zweme aanvoegende wijs zwemen
zwemend onvoltooid deelwoord zwemen
zwemende woordvorm zwemen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwemen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over zwemen

Wat is de betekenis van zwemen?
Zwemen is een werkwoord. De betekenis is: ~ naar: min of meer lijken op.
Hoe vervoeg ik zwemen?
Zo vervoeg je zwemen zo: de tegenwoordige tijd is zweem, de verleden tijd is zweemde en het voltooid deelwoord is gezweemd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zwemen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. W 5
  3. E 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zwemen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. W 5
  3. E 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 16 zonder bonus
  8. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

zwemen telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zwemen in het kort

zwemen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Van zwemen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zwemen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zwemen: ~ naar: min of meer lijken op
Deel zwemen — standaardnederlands.nl